Push

14.1.25

Na lang zeuren heb ik mijn man over kunnen halen om in mei samen met mij een trailrun te doen in Schotland van maar liefst 110 kilometer, verdeeld over twee dagen. Hij houdt niet zo van hardlopen als ik, maar wel van mij en van een mooie omgeving, dus met die combinatie verleidde ik hem om mee te doen. Het is een ‘rondje’ Loch Ness met maar liefst 3500 hoogtemeters. Een hele uitdaging dus.

De grootste uitdaging blijkt overigens niet eens de afstand of de hoogte te zijn, maar het vinden van tijd. Een dag heeft maar 24 uur en in die 24 uur moet van alles gebeuren. Er moet gewerkt worden, gestudeerd, gekookt, het huis moet schoon en opgeruimd en oh ja, we hebben ook nog een leuke dochter met wie graag leuke dingen willen doen. En daartussen ergens proppen we nu hardlooprondes en trainingsessies in de gym. Niet gelijktijdig, dat blijkt logistiek onmogelijk, maar de een ‘s ochtends vroeg, en de anders ‘s avonds laat. Het is een hele investering dus.

Vanmorgen verzuchtte mijn lief, toen hij besefte hoeveel trainingsuren hierin zullen gaan, dat het wel om héél veel uur gaat. En dat alles om twee dagen in het jaar een langere afstand te kunnen rennen.

Ik dacht terug aan vorig jaar, toen ik in training voor de Marathon des Sables soms meer dan 100 kilometer per week aflegde. Als langzame loper zijn dat heel, heel, heel veel uren, ploeterend, in mijn eentje. Ik vond het fantastisch, om zo op mezelf te zijn, en iedere keer te bemerken dat het lopen steeds beter ging. Nu, een jaar verder, is vrij weinig te merken van hoe fit ik destijds was. Wat dat betreft is zo’n trainingsronde inderdaad een investering in hetgeen je wil presteren, niet minder, maar zeker ook niet meer. Voor blijvend resultaat moet je blijven rennen, maar zeg nou zelf: wie heeft daar nou tijd voor?

Photo: Leamus

Vorige
Vorige

Statiegeld

Volgende
Volgende

Le Suckerberg