Running wild

6.1.25

In 2024 behaalde ik op sportgebied mijn meest bijzondere prestatie ooit: de Marathon des Sables. Tien jaar had ik ernaartoe geleefd. Tien jaar had ik ernaartoe getraind – zij het niet heel consequent. In april was het dan eindelijk zover. In de Sahara van Marokko legde ik meer dan 250 kilometer te voet af, met mijn bagage voor de hele week op mijn rug. Het was fenomenaal. Meer dan ik er ooit van had kunnen verwachten. De inspanning was zwaar geweest, maar mijn geest was er opvallend lichtvoetig mee omgegaan.

Sinds de voltooiing van dat megalomane project ben ik naarstig op zoek naar een nieuwe uitdaging. Ik had me van tevoren te niet beseft dat het behalen van zo’n groot doel ook betekende dat ik na afloop niets meer zou hebben om voor te lopen. Geen inspiratie, niets om naartoe te werken, het ontnam me de lust om te rennen. Dat terwijl ik hardlopen nu juist altijd heb kunnen gebruiken voor regelmaat in mijn week en rust in mijn hoofd. In de zomermaanden lukte het nog wel om hier en daar een wat langere afstand eruit te persen, maar nu de dagen zo belachelijk kort zijn – kan íemand het licht weer aanzetten alsjeblieft – en de lucht permanent nat, kost het me meer energie om mezelf naar buiten te sleuren, dan ik aan energie heb om een blokje om te rennen. En hoewel ik weet dat als ik eenmaal bezig ben, het lichaam warm is, dat het me dan niks uitmaakt met hoeveel bakken het uit de lucht komt. Het hoofd weet het, het lichaam weet het, maar de stap zetten om tóch de veters te strikken blijft een lastige. Daar heb ik, hoe cliché ook, een doel voor nodig.

Na een eindeloze online zoektocht naar een uitdaging die zwaar genoeg is, maar niet meteen megalomaan, ben ik uitgekomen op de Ultra X Schotland. 110 kilometers verdeeld over twee dagen om Loch Ness heen. De hoogtemeters zijn voor mijn doen krankzinnig – het wordt een klim van ruim 3500 m –, maar met royale cut off times van 2,5 uur per 10 kilometer moet het te doen zijn. Bovendien hoef je als deelnemer niet alle benodigdheden zelf met je mee te zeulen; je matje en slaapzak en andere zaken worden door de organisatie netjes in je tent gelegd. Scheelt weer wat kilo’s sjouwen.

Inmiddels ben ik zachtjesaan begonnen met trainen (griep gooit op het moment van schrijven roet in het eten, maar ik probeer te doen wat ik kan doen). De voorpret heeft zich ook weer meester van me gemaakt. Men zegt weleens dat hardlopen de goedkoopste sport is die er is; je hebt alleen hardloopschoenen nodig. Maar zodra je aan een ultratrail begint, wordt het heel andere koek. Na de Marathon des Sables weet ik nog meer hoe belangrijk het is om de juiste gear te gebruiken. Zo’n wedstrijd is al zwaar genoeg, daar hoeft het ongemak van een vervelend zittend trailvest, of een schurend naadje in een sok niet ook nog aan bij te dragen.

Het gekke is: sinds ik me heb ingeschreven voor Ultra X en ik weer meer hardloop, gaat ook het schrijven aan mijn boek een stuk vloeiender. Mijn vingers en mijn hoofd hebben eindelijk hun cadans gevonden. Nu vasthouden. Hoe nat het buiten ook wordt.

Vorige
Vorige

Even op non-actief

Volgende
Volgende

De lange tenen van de macht