Happy New Year?

1.1.25

Elk jaar word ik in december overvallen door een vreemd gevoel van nostalgie. Ik verlang niet terug naar het jaar dat ten einde komt, maar naar vroeger. Naar oud &nieuw bij mijn ouders op de bank. Een tafel gevuld met oliebollen, zoute pretzels en 3Es cola (iykyk). Omringd door mijn broers en zussen. Naar de tijd dat mijn vader nog leefde en oudejaarsnacht een avond was waarop we als gezin gezellig televisie keken, Monopolie speelden, grapjes met elkaar uithaalden en om middernacht, als het me lukte om tot zo laat wakker te blijven, siervuurwerk afstaken. En als het me niet lukte om tot zo laat wakker te blijven, in de ochtend gekleurde sterretjes te doen vlammen. Stiekem in de achtertuin want vuurwerk afsteken mocht officieel alleen tot 02.00 uur ‘s nachts en in huize El Maroudi hielden we ons soort van aan de regels. Dat het maar om sterretjes ging, deed er niet toe.

Het was nooit vanzelfsprekend dat we vuurwerk zouden afsteken. Dagen aan gezeur en gejengel gingen eraan vooraf. Terwijl de buurkinderen een wedloop hielden – de buurjongen had kilo’s aan illegale knallers uit België onder zijn bed liggen – bleef bij ons de kast leeg. Totdat mijn ouders het geklaag zat waren en we de restjes in de winkel mochten kopen. ‘Je verbrandt geld’, zeiden mijn ouders dan. Dood- en doodzonde vonden ze het om hun zuurverdiende centen in vlammen op te zien gaan. Bovendien is alleen professioneel vuurwerk mooi; fonteinen of discocrackers doen net voldoende om spannend te lijken, maar doofden net zo snel als dat ze aangingen. De belofte van een lucht gevuld met sterren kwam nooit uit.

Gisteravond laat haalde ik mijn dochter op van haar eerste oud &nieuw zonder ons. De straten waren nagenoeg leeg, op enkele plukjes jongens die druk in de weer waren hun knallers af te steken. Tijdens de autorit, die nog geen vijf minuten duurt, zette ik meermaals mijn auto aan de kant om ruimte te maken voor het luide geknal. Ik moest denken aan gesprekken die ik voorgaande jaren met vrienden had. ‘Het leek wel oorlog’, zei men dan over het geknal. En: ‘Het wordt elk jaar erger.’ Met een draaiende motor keek ik naar de jongens. Juichend stonden ze op de stoep. Biertje in de ene hand, sigaret in de andere. Hier in deze dronken donkere nacht zetten ze hun kameraadschap kracht bij door met vuur te spelen. Terwijl de flikkering langzaam doofde en ik weer door kon rijden besefte ik: nee, zo ziet oorlog er niet uit – de mensen in Palestina zouden zich gelukkig prijzen met een nacht als deze –. En toch ook weer wel.

We staan stil, kijken naar de beelden uit Gaza, schudden onze hoofd en vervolgen onze weg.

Photo Credit: MZiello

Vorige
Vorige

Guilty until proven innocent?