Ghost in the Shell en het fenomeen whitewashing

In de in 2017 verschenen film Ghost in the Shell speelt Scarlett Johansson cyborg Major. De film is een live-action vertolking van een populaire Japanse manga-serie. Japans of niet, regisseur Rupert Sanders besloot toch om Johansson in de rol van Aziatische cyborg te casten. Het gevolg: een storm van kritiek. En dat is niet zo vreemd. Er zijn in Hollywood weinig grote rollen voor Aziatisch-Amerikaanse acteurs. Dient de mogelijkheid zich dan eindelijk eens aan, gaat de rol naar de actrice met de grote Bambi-ogen.

Na jaren van discussies over representatie van vrouwen en minderheden op tv, zou je hopen dat de hoge heren in Hollywood het nu wel begrijpen. Toch blijft voor alle minderheden gelden dat er in Hollywood alleen ruimte voor hen is binnen de marges van het stereotype. Voor Aziaten betekent het dat mannen worden ontdaan van hun mannelijkheid en vrouwen kunnen kiezen tussen een rol als ‘drakenvrouw’ of een porseleinen popje. Wie geluk heeft, mag een Aziatische nerd of modelburger spelen. Meer smaken zijn er niet.

Het is me vaak gevraagd; wie mijn rolmodel of voorbeeldfiguur is. Naar wie ik opkeek toen ik opgroeide of wier posters ik aan mijn slaapkamermuur had hangen. Het antwoord op de vraag is veelzeggend: niemand. Ik heb nooit een voorbeeldfiguur gehad. Begrijp me niet verkeerd, er zijn ontzettend veel mensen die ik bewonder om wie ze zijn, wat ze kunnen of om wat ze hebben bereikt. Maar als Marokkaans-Nederlands meisje, dat opgroeide op Rotterdam-Zuid was het simpelweg niet vanzelfsprekend om naar het hoogst haalbare te streven.

Mijn ouders kwamen als arbeidsmigranten naar Nederland en hadden één doel voor ogen voor hun kinderen: economische zekerheid. Een gedegen opleiding zou een vaste baan met voldoende inkomen moeten garanderen. In elk gesprek over de toekomst benadrukten ze dat weer. Naar school, trouwen en kinderen krijgen, dat was het plan. Andere opties waren zo onbespreekbaar dat ik er pas jaren later achterkwam dat ze überhaupt bestonden. Alle machtshebbers zagen er immers anders uit dan ik. Op tv, in de krant, in de tijdschriften en in de politiek. Voor zover ik wist had succes een andere kleur – wit.

‘Whitewashing’ noemt men het fenomeen waarbij een figuur, al dan niet historisch, aan het publiek verkocht wordt als wit terwijl het origineel dat niet is. In Hollywood zijn ze er zeer bedreven in. Natalie Wood speelde Maria in West Side Story, Ben Affleck speelde Tony Mendez in Argo, Mickey Rooney speelde Mr. Yunioshi in Breakfast at Tiffany’s, Emma Stone vertolkte de rol van Allison Ng in Aloha en in Gods of Egypt bestond zo’n beetje de gehele cast uit witte acteurs. De lijst van whitewashing in Hollywood is eindeloos. Laten we het summum van whitewashing niet vergeten: Jezus Christus. In elke voorstelling van de profeet gaat men er klakkeloos vanuit dat Jezus een witte man was. Details over hoe hij eruit heeft gezien zijn er niet, maar waar iedereen die in de heilige figuur gelooft het wél over eens is, is dat Jezus Joods was. En dat maakt de kans dat hij de zo gedroomde roomblanke huid had erg klein.

Terug naar Scarlett Johansson. Rupert Sanders wilde koste wat het kost Johansson in zijn film omdat zij volgens hem ‘de beste actrice van haar generatie’ is. De uitspraak deed me denken aan onze eigen premier, Mark Rutte, die het dalend aantal vrouwen in zijn kabinet verdedigde door te stellen: “Ik had graag meer vrouwen willen hebben. Maar uiteindelijk geldt: we gaan voor de beste mensen.” Zelfs wanneer dat betekent dat je iemand zo incompetent als Halbe Zijlstra boven iemand als Sigrid Kaag op Buitenlandse Zaken plaatst. Ik wil er maar mee zeggen: wie of wat ‘de beste’ is, is subjectief. Johansson verdedigde op haar beurt haar rol door te stellen dat diversiteit in Hollywood belangrijk is en zij ‘nooit het gevoel zou willen hebben’ dat ze een personage speelt ‘dat aanstootgevend was’.

Dit jaar haalde Johansson zich wederom kritiek van een grote groep mensen op de hals nadat was uitgelekt dat zij in de nieuwe film van Rupert Sanders een transgender man zou gaan spelen. De film Rub & Tug zou een biopic worden, gebaseerd op het leven van massagesalonbaas Dante ‘Tex’ Gill. Het zou dus een film worden waarin een vrouw een transman speelt. Dat is om meerdere redenen problematisch. Dante Gill werd bijvoorbeeld jarenlang omschreven als ‘vrouw die graag een man wilde zijn’ – alsof het om wíllen zou gaan – of zelfs als ‘een succesvolle vrouw in een mannenwereld’. Dante Gill was een man gevángen in een vrouwenlichaam.

Er bestaan groepen in onze samenleving die niet gehoord of gezien worden, tenzij er een wit heteronormatief sausje overheen wordt gegoten. En dat is problematisch. De aanwezigheid van transmensen is in onze samenlevingen geen vanzelfsprekendheid. Transmensen hebben tot op de dag van vandaag te maken met discriminatie, uitsluiting en onbegrip over wat het nu precies betekent om een transman of -vrouw te zijn. En het lijkt er in de Verenigde Staten de komende tijd niet beter op te worden. Neem nu de Equal Protection Clause, een hoofdstuk in de Amerikaanse Grondwet. Deze garandeert alle inwoners van de Verenigde Staten gelijkwaardigheid. Desondanks mogen transmensen als het aan Donald Trump ligt straks niet langer in het Amerikaanse leger dienen. De Amerikaanse president heeft besloten de mogelijkheid, door oud-president Obama in het leven geroepen, ongedaan te maken. Trumps plannen gaan nog verder: als het aan hem ligt, wordt het geregistreerde geslacht van Amerikanen onveranderlijk. Wie bij geboorte een vinkje bij ‘man’ krijgt, blijft dat voor de instituties voor altijd. De acceptatie van transpersonen begint bij zichtbaarheid.

Na de storm van kritiek besloot Johansson zich terug te trekken. In een statement liet ze weten dat ze de rol graag had willen spelen, maar ook begrijpt ‘waarom velen denken dat hij door een transgender persoon moet worden gespeeld’. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald, zullen we maar zeggen.

Dit artikel verscheen eerder in de VARA Gids