‘Mode is dood’

In het nieuwe NTR-programma ‘Het leven is een jurk’ ontwerpen en kleden zes modeontwerpers van Nederlandse bodem zes vrouwen voor een bijzondere gelegenheid; van de Televizierring tot het podium van het Nationale Opera& Ballet. Het programma wordt gepresenteerd door fervent modeliefhebber, actrice en presentator Victoria Koblenko. Voor de VARAGids interviewde ik haar. 

De titel van het programma is ‘het leven is een jurk’, wat bedoelen jullie daarmee?
Het idee voor de titel en het programma is geboren uit het gegeven dat er veel meer in een lapje stof aan verhaal zit, dan alleen het lapje stof. Zo intiem als je relatie kan zijn, zo intiem is ook datgene dat op je lijf ligt. Kleding kan je een bepaald gevoel geven, omdat er een hele wereld van verhalen aan ten grondslag ligt.

Ik ben pas in Nederland geconfronteerd met het idee dat textiel een taal is en een manier om jezelf te uiten. Ik ben opgegroeid in de Sovjet-Unie, waar ik een uniform aanhad naar school. Ik droeg iedere dag een bruine jurk, met een wit schort. Mijn moeder mocht het schort maken, maar het móest van wit kant zijn. En er waren maar drie soorten van dat witte kant beschikbaar, dus ik kon mezelf precies drie keer onderscheiden van mijn klasgenoten. Maar in principe heb ik dus tussen mijn zevende en mijn twaalfde, dag in dag uit, een bruine jurk met een wit schort gedragen. Eenmaal in Nederland besefte ik pas dat kleding veel meer kan zijn dan alleen dat lapje stof.

Het oorspronkelijke idee voor het programma was om een documentaire te maken over de ambacht van ontwerpers die verloren dreigt te gaan. Neem nu Bas Kosters: hij verzamelt oude paraplu’s omdat hij het sneu vindt dat een paraplu heel waardevol is als deze nog heel is, maar als één van de acht facetten stuk is, bij het grofvuil belandt. Bas verzamelt de paraplu’s en weet de driehoekjes vervolgens te verwerken in een kledingstuk.

Voor het programma wilden we aanvankelijk graag een vrouw kleden die bijvoorbeeld een scheidingsjurk of een een rouwjurk zou dragen. Ook is er heel even sprake van geweest dat we iemand voor Prinsjesdag zouden kleden. Maar uiteindelijk is het format toch veranderd. Zes ontwerpers mogen een outfit ontwerpen voor zes bekende Nederlandse vrouwen, aan de hand van een koffer waar de vrouw een zestal onderwerpen die haar omschrijven in heeft gestopt.

Dat kan niet makkelijk zijn geweest.
Nee, dat is niet altijd even makkelijk. Ilse Warringa, (stem)actrice, kwam met drie leggings aanzetten. Voor iemand die een galajurk voor haar moet maken is dat best wel een opgave. Dat was in dit geval ontwerper Aziz Bekkaoui. Hij heeft uiteindelijk een jurk ontworpen waar ze mee zou kunnen sporten, met aan de binnenkant een soort leggingstof, maar aan de buitenkant meer glamour.

Wat interessant is om te zien is de dans die tussen de ontwerpers en de vrouw in kwestie ontstaat. De ontwerper heeft natuurlijk zijn eigen wensen om zichzelf te presenteren, maar moet ook vooral rekening houden met de wensen van de vrouw die het kledingstuk aanmoet. Ook wanneer ze zegt: ‘Ja, maar ik ben de veertig voorbij en ik heb liever een mouwtje dan blote armen, anders heb ik zo’n klapperende kipfilet onder mijn arm.’ Voor Jan Taminiau, die we allemaal kennen als ontwerper van de trouwjurk van koningin Maximá, was het wel even schrikken dat Monic Hendrickx zei: ‘Ik wil wel in mijn jurk op de fiets naar de première kunnen.’ De jurk heeft een waarde tussen de 10.000 en 15.000 euro, Jan Taminiau ziet zijn heldin dus liever flaneren over de rode loper dan van een fiets afstappen.

Wel lekker nuchter Nederlands om met de fiets te willen komen.
Jazeker, het programma is ook bedoeld om de beperkingen van de vrouw een tool te laten zijn om de ontwerpers uit te dagen en hun ambacht aan de man te brengen.

Bokser Lucia Rijker bijvoorbeeld, is gekoppeld aan een ontwerpersduo dat genderneutrale kleding wil maken, Maison de Faux. De synergie tussen Lucia en hen was heel bijzonder, want gender is een belangrijk thema voor haar. Ze is een vrouw, maar beoefent een mannelijke sport. Ze heeft geworsteld met de vraag: wanneer zet ik mijn vrouwelijke energie in? En wanneer zet ik mijn mannelijke energie in? Uiteindelijk heeft Maison de Faux een tweedelig? pak voor haar ontworpen dat er heel vrouwelijk uitziet. Het zal voor haar voelen als een outfit die zowel mannelijk als vrouwelijk is.

In het programma zijn we wat dat betreft bij alle vrouwen opzoek gegaan naar iets dat hen het comfort geeft dat ze nodig hebben om zichzelf te kunnen zijn, maar toch ook een beetje uitdaagt in dat deel waar ze zich een beetje onzeker over voelen.

Een leuk voorbeeld is nieuwslezer Annechien Steenhuizen. Haar hebben we gekoppeld aan Bas Kosters. Na haar studie van Bas Kosters’ werk was ze bang dat als ze foto’s van haar twee kinderen in de koffer zou stoppen, hij een jurk voor haar zou maken die uit kleine vulva’s zou bestaan, omdat hij in het verleden piemelleggings heeft gemaakt. Daar was ze heel angstig voor, maar uiteindelijk hebben die twee elkaar totaal gevonden, omdat zij allebei rebellen zijn. Annechien Steenhuizen presenteert weliswaar het nieuws, maar is toch een tegendraadse rebel, die een leren jurk durft te dragen tijdens het nieuws. Binnen de context van het nieuwslezen is dat haar ultieme rebelse prestatie. In haar koffer zat uiteindelijk een oude camera met een rolletje dat nog niet was ontwikkeld; van die foto’s gaan ze een print maken. Op die manier hebben ze elkaar toch helemaal weten te vinden en hoeft zij niet bang te zijn voor een jurkje met vulva’s!

En met zo’n vulvajurkje, hoe graag ìk dat ook zou willen zien, zou de modewereld direct weer gereduceerd worden tot iets oppervlakkigs.
Daarom ben ik ook blij dat we het programma niet maken voor een commerciële omroep, maar de publieke omroep. Mensen denken bij mode vaak: ‘als het duur is, is het niets voor mij.’ Maar het heeft niet zozeer met duur te maken: ik heb stukken in mijn kledingkast hangen die ik al meer dan 100 keer heb gedragen. Als je de 600 euro die een jurk me gekost heeft deelt door 100 keer, dan is hij per draagbeurt goedkoper dan een truitje van de MANGO of de ZARA, die na zo’n 10 wasbeurten al klaar is voor de zak.

Tegelijkertijd gaat de modewereld tegenwoordig heel snel. Wat als hip wordt gezien en in de winkels hangt, maar ook wat grote modehuizen produceren, het is allemaal niet meer bij te benen.
Maar mode is dood.

Mode is dood?
Het is niet mijn eigen uitspraak, maar mode is dood. Het idee om 12 collecties per jaar te maken en alle overgebleven voorraden en textiel verbranden omdat het niet verkocht raakt, is niet levensvatbaar.

Weten ze dat op de Kalverstraat ook?
Goede vraag, maar daarom is het ook zo belangrijk dat de consument het weet. Iedereen heeft zijn eigen definitie van duurzaamheid. En al die definities zijn levensvatbaar, al is het maar omdat ze beter zijn dan hoe het er nu aan toe gaat.

Is duurzaam ontwerpen al doorgedrongen tot de Nederlandse ontwerper?
Zeker, maar ook dat verschilt van persoon tot persoon. Bas Kosters is sowieso iemand die veel aan recycling doet. Naast de paraplu’s verzamelt hij ook blauwe overalls die hij nieuw leven inblaast. Niet door er een embleem op te plakken, dan is het niet iets nieuw. Bas scheurt de stof van de overalls in lange stroken, die hij vervolgens tot een soort fur coat vlecht. Maar iemand als Ronald van der Kemp pakt het weer op zijn eigen manier aan. Hij heeft bij veel modehuizen gewerkt en gezien hoe vervuilend ze zijn. De stoffen die over zijn, worden na het modeseizoen niet meer gebruikt. Ronald van der Kemp koopt de reststof op en maakt daar dan een limited edition-lijn van.

Het programma is in die zin ook bedoeld om de kijker thuis na te laten denken over het ontstaan van kleding, in het licht van duurzaamheid. Kun je je nog herinneren hoe wij vroeger spaarden voor een winterjas? Toen er nog geen MANGO’s en ZARA’s waren en iedereen wachtte op de uitverkoop om dríe winterjassen te kopen. Tegenwoordig gaan meiden zelfs naar de ZARA om zichzelf in een jas te kunnen fotograferen voor op Instagram. Soms brengen ze hem terug, of ze laten hem in de kast hangen en hij belandt alsnog in de zak, met het kaartje er nog aan.

Ik ben ervan overtuigd dat wat we hebben meegemaakt met voeding, straks ook met kleding gaat gebeuren. Vijf jaar geleden besefte men plots dat we twintig jaar geleden ons eten nog bij de boer haalden. En dat een appel twintig jaar geleden nog bruin werd als je hem opensneed en liet liggen. Tegenwoordig worden appels niet meer bruin, wat wil zeggen dat er bijna geen ijzer meer in zit. Met voeding beginnen we nu het verschil te zien, er vindt langzaam een kentering naar biologisch en ecologisch plaats. Ik geloof dat dat met kleding ook gaat gebeuren.

Een decennium geleden studeerde ik als modenormgever af aan de Willem de Kooning Academie. Destijds speelde duurzaamheid al een grote rol bij de studenten. We hielden ons destijds al bezig met waar onze kleding vandaan komt, de Blauwe Knoop…
Schiet niet op he?

Precies.
Ik ben ambassadeur geweest van de Blauwe Knoop en andere initiatieven die te maken hebben met duurzaam consumeren. Voor mij kwam de kentering toen ik voor Max Havelaar in Mali was en het verschil zag tussen bespoten en onbespoten katoen. Katoen is nog steeds de meest vervuilende grondstof voor kleding, maar het is ook de stof die het langs meegaat. Wie moet kiezen tussen een t-shirt voor katoen of polyester, gaat al snel voor katoen. Zelfs de armste mensen zijn geneigd om voor het katoen te gaan, ook als ze daar vijf euro meer voor moeten betalen. Katoen heeft toch een meerwaarde door hoe het op je lijf ligt, hoe het absorbeert en hoe het interactie aangaat met het ademende lijf. Dat we het graag willen dragen begrijp ik wel, maar er is ook een alternatief: bamboe, tencel en desnoods biologisch katoen. Uiteindelijk hoop ik de kijker thuis mee te kunnen geven dat het beter is om één mooi item te kopen en daar meer dan dertig draagbeurten mee te doen, dan vijf truitjes in de uitverkoop bij de MANGO of de ZARA. Ik denk dat de grootste boodschap in programma is dat mode een ijsberg is, waar de meeste mensen slechts het topje van zien. En dat mode een kunstvorm is, die helaas vaak gereduceerd wordt tot een rode loper en fotootjes van influencers, terwijl het monnikenwerk is voor diegenen die aan de achterkant al die kledingstukken maken.

TV: ‘Ik kijk eigenlijk zelden naar de televisie, maar alles terug op NPO Gemist. En veel naar Netflix. De programma’s waar ik naar kijk moeten wel programma’s zijn waar ik met één oog naar kan kijken, terwijl ik met iets anders bezig bent. Waar ik nog wel voor wil gaan zitten is Zondag met Lubach, of dramaseries zoals KLEM en Ik Weet Wie Je Bent met Daan Schuurmans. Ook kijk ik graag naar Russische series. Vorig jaar heb ik 7 maanden gefilmd in Rusland, waardoor ik nu het idee heb dat Rusland veel verder is dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Het is daarom wel interessant om te zien hoe bepaalde Russische filmhuizen zich ontwikkelen.

CV: Victoria Koblenko (Sovjet Unie, 19 december 1980) is actrice en presentatrice. Als actrice werd zij bekend bij het grote publiek door haar rol in Goede Tijden, Slechte Tijden. Sindsdien heeft zij in talloze series en films gespeeld, waaronder Vuurzee, Bloedverwanten, en The Paradise Suite. In 2018 maakte ze voor de NTR ‘De vrouw die Poetin wil verslaan’, een documentaire over Ksenia Sobchak, die in maart van dat jaar bij de verkiezingen de strijd aanging met Vladimir Poetin.

In volgorde van uitzending gaan achtereenvolgens Annechien Steenhuizen en Bas Kosters, Ilse Warringa en Aziz Bekkaoui, Wende Snijders en Ronald van der Kemp, Monic Hendrickx en Jan Taminiau, Lucia Rijker en Maison the Faux en tenslotteIgone de Jongh samen met Claes Iversen met elkaar aan de slag.