Dienstplicht in Marokko: een schijngevoel van saamhorigheid

Dinsdag werd bekend dat Marokko de dienstplicht voor jongeren tussen de 19 en 25 jaar weer wil invoeren. Zij die het fysiek niet kunnen opbrengen en studenten uitgezonderd. De details van het besluit zijn nog niet bekend – in oktober zal het onderwerp nog in het Parlement besproken worden. Toch maak ik me nu al grote zorgen over de nationalistische motieven achter de dienstplicht.

‘Je wilde toch een tussenjaar?’ appte ik grappend naar mijn nichtje van 17 met een linkje naar het NOS-bericht over de herinvoering van de dienstplicht. Ze wil graag een jaar in het buitenland doorbrengen voordat ze straks gaat studeren. Die wens zou zomaar in vervulling kunnen gaan als de dienstplicht in Marokko ook voor Marokkanen met een tweede nationaliteit blijkt te gelden, al is het misschien niet helemaal wat zij in gedachte had.

Volgens voorstanders van de Marokkaanse dienstplicht is het fantastisch dat deze weer ingevoerd wordt. De 10.000 à 15.000 extra militairen zouden ingezet kunnen worden bij rampen – denk aan aardbevingen in het Rifgebergte, overstromingen in het Gharbgebied of het opzetten van veldhospitalen bij strenge winters in de Atlas. En dan is er natuurlijk ook nog de Berm die verdedigd moet worden; de muur van 2720 kilometer die dwars door de Westelijke Sahara loopt en in de jaren 80 is opgetrokken om de Polisariobeweging buiten te houden. (Lees: om te voorkomen dat de Sahrawi zich onafhankelijk kunnen verklaren) Dit jaar liepen de spanningen rondom Guerguerat – een dorpje in het diepe zuidwesten van Marokko, een steenworp van Mauritanië vandaan – nog hoog op. Nadat Marokko in 2016 een weg had proberen aan te leggen in het door Polisario gecontroleerde gebied, besloot de VN een bufferzone inclusief staakt-het-vuren in te stellen. Marokko beschuldigt Polisario er nu van militairen te hebben gestationeerd in Guerguerat, een schending van het staakt-het-vuren. Klinkklare onzin zegt de VN dat in het gebied aanwezig is. En dan zijn er natuurlijk ook nog Syrië en Gaza, waar Marokkaanse soldaten een veldhospitaal hebben neergezet en waar extra handen altijd welkom zijn.

Genoeg te doen dus, zou je kunnen zeggen. Het Marokkaanse parlement en de koning proberen dan ook met termen als het tegengaan van ‘jeugdwerkloosheid’ en het bevorderen van ‘educatie’ te maskeren waar de herinvoering eigenlijk voor bedoeld is: het aanwakkeren van patriottisme onder jongeren om zo opstanden, zoals in het noorden van het land, te voorkomen. Het wordt misschien niet hardop gezegd, maar het wordt wel degelijk door iedereen begrepen. De neuzen moeten weer dezelfde kant op buigen, en de juiste kant is voor de verandering niet naar Mekka maar Rabat. De overheid moet blindelings geadoreerd worden, zoals eigenlijk alleen pubers bij hun eerste grote liefde kunnen.

In oktober 2016 kwam Mohcine Fikri om het leven nadat hij een vuilniswagen was ingesprongen om zijn dagvangst te redden. Hij werd vermalen. De wijze waarop de Marokkaanse overheid met dit incident omging wakkerde – terecht – protest aan in de Rif. De demonstraties voor betere leefomstandigheden die hierop volgden werden met harde hand neergeslagen. Onderwijs, goede zorg en een einde aan de wijdverbreide corruptie eisen was kennelijk voldoende reden om door de overheid opgejaagd en opgepakt te worden. Protestleider Nasser Zafzafi werd eind juni nog veroordeeld tot maar liefst 20 jaar cel voor “het ondermijnen van de openbare orde en bedreiging van de nationale eenheid”, ook wel bekend als het eisen van het recht op zelfbeschikking. Ook tientallen andere Rif-leiders komen voorlopig niet meer vrij. De schrik zit er bij demonstranten en hun familie goed in.

Het vaderlandslievende gevoel dat mijn ouders er met de paplepel ingegoten hebben gekregen, brokkelt bij de huidige jeugd zienderogen af. Echt vreemd kun je dat niet noemen. De overheid kon in de jaren 70 en 80 nog wegkomen met het hardhandig neerslaan van politieke protesten, het kon wegkomen met wijdverbreide spionage, showprocessen en gedwongen verdwijningen. Anno 2018 is dat – lang leve het internet en sociale media – een stuk lastiger. Daarmee is overigens niet gezegd dat dergelijke zaken tegenwoordig niet meer voorkomen. Jarenlang lukte het Rabat om het volk, desnoods hardhandig, in het gareel te houden, maar nu dat niet meer kan zonder dat de hele wereld er getuige van is, moeten Al Watan en Al Malik (het Vaderland en de Koning) er dan maar met de militaire knuppel ingeslagen worden.

Het opjagen en opsluiten van demonstranten heeft al gebleken effectief te zijn. De demonstraties zijn sindsdien nagenoeg opgelost. Om de toekomst veilig te stellen, hoeft de Marokkaanse overheid de jeugd alleen nog te brainwashen en een schijngevoel van saamhorigheid aan te praten. Laat 12 maanden in het leger daar nu net erg geschikt voor zijn.