Hoe ik van mijn dochter een feminist probeer te maken

We hadden elkaar voorgehouden dat het ons niet uitmaakte welk geslacht ons kind zou hebben. Onderweg naar de allesbepalende echo zeiden mijn man en ik plichtsgetrouw ‘zolang het maar gezond is’. Stiekem wenste ik vurig dat we een dochter zouden krijgen. Ik had zelfs al gegoogled hoe je het verschil tussen een jongen en een meisje op de echo kunt zien. Gewoon, voor het geval de stagiair-verloskundige er niet uitkwam.

Stel je mijn vreugde eens voor toen de verloskundige zei: ‘Het is een meisje.’ ‘Mooi, dan kunnen we haar bij wijze van sociaal experiment opvoeden als jongen’, opperde ik in de auto onderweg naar huis. Geen zoetsappig, snoezigpoezig taalgebruik, maar een welhaast militair regime. Ik had ergens gelezen dat jongens en meisjes als baby al anders behandeld worden en dat ze zich daarom op latere leeftijd ook gendernormatief gaan gedragen. Ik zag het al helemaal voor me: kijk deze millennials eens een real life #lifehack voor elkaar krijgen!

Ja, ik had dolgraag een meisje gewild, maar als mezelf super serieus nemende feminist kon ik nu natuurlijk niet vervallen in die gendernormatieve roze jurkjes met kanten ruches. Prompt kochten we een blauwe kinderwagen en louter babykleding op de jongensafdeling. De ‘wat een lief jongetje’-opmerkingen van vreemden in het openbaar pareerde ik bijdehand met: ‘het is een meisje, wat zegt het over jou dat je blauw automatisch associeert met jongens?’ Ik ging met iedereen de discussie aan en verbood mijn omgeving om ons typische meisjesdingen cadeau te doen. Er kwam een allesomvattend verbod op prinsessen in ons huis. Voor haar verjaardag kreeg Ines van dierbare vrienden van ons een Bosch kinder-kettingzaag. Of daar een geheime boodschap achter zat? Ze zeggen van niet.

Inmiddels is ze drie. Op een paar vreugdevolle momenten na – bijvoorbeeld toen ze me smeekte of ik alsjebliéééft een piemel voor d’r wilde kopen en ik haar als woke moeder in kindertaal probeerde uit te leggen wat een geslachtsoperatie is, hoe dat in zijn werk gaat, en dat als ze het later nog steeds zou willen we haar, inclusief als we zijn, altijd zouden steunen – moet ik toegeven dat het patriarchaat het toch van me heeft gewonnen. Mijn lieve 3-jarige superfeminist wil tegenwoordig namelijk vooral prinses worden. En niet zomaar één. Nee, haar allergrootste droom is om – net zoals alle andere 3-jarige meisjes en een iets kleiner aantal jongens – te transformeren tot Elsa, de prinses uit de Disney-film Frozen. Je weet wel, de tekenfilm die met luid gejoel werd onthaald omdat het verhaal voor de verandering nu eens niet draait om een liefdesverhaal tussen man en vrouw, maar om zusterliefde. Noem het Disney-feminisme, maar radicaal is het allerminst. Hoe genoeg heeft het in ons huis geleid tot een explosie van vlechtjes, Elsa’s en Anna’s, glitterjurkjes, zoetsappig gezang en alles wat ik als superfeminist eigenlijk verafschuw.

Het patriarchaat mag deze ronde misschien gewonnen hebben, maar dat betekent niet dat ik me ook gewonnen geef. Al moet ik tot de pubertijd, de volgende vormende fase in haar leven, wachten; mijn dochter wordt een feminist. Nu nog even uitzoeken hoe ik dat voor elkaar krijg, terwijl zij met haar poppen speelt.

Dit artikel verscheen eerder in &C