30566507291_4684be0be1_z

Ieder volk krijgt de media die het verdient

De verkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten ruim driekwart jaar geleden leek destijds voor velen een onwaarschijnlijke. Een megalomaan in het Witte Huis: Amerikanen zijn veel dingen, maar zó zwakzinnig dat ze een man die alle normen en waarden in Caps Lock aan zijn laars lapt het hoogst mogelijke ambt van het land laten bekleden? Nee toch?

En toch. En toch is hij de president van de Verenigde Staten.

Over hoe het hem is gelukt verschillen de analyses, maar over één ding is iedereen het eens: Trump is er mede in geslaagd president van de Verenigde Staten te worden door de inzet van sociale media, het in diskrediet brengen van gerenommeerde media waaronder CNN en het gebruik van fake news. Zijn volgelingen slikken het nog steeds allemaal voor zoete koek. Als Trumps presidentschap ergens een teken van is, dan is het wel van de macht van internet.

Van het presidentschap van Trump ging zo’n afschrikwekkende werking uit dat zelfs traditionele PvdA-stemmers in mijn omgeving bereid waren hun ziel te verkopen aan de VVD. Alles om te voorkomen dat de PVV de grootste zou worden.

Ook het medialandschap in Nederland staat dankzij Trump op zijn kop. Zijn gejank over mainstream media heeft de journalistiek doen beseffen dat er iets is als kwaliteitsjournalistiek en daarmee dus ook iets dat probeert door te gaan voor journalistiek, maar eigenlijk niets anders is dan vulgaire sensatie, roddel en achterklap.

Neem nu de actie tegen GeenStijl, in mei aangezwengeld door onder meer NRC-columnist Rosanne Hertzberger. Een honderdtal journalisten tekende een pamflet waarin GeenStijl-adverteerders werden opgeroepen om nog eens na te denken over adverteren op een website die grossiert in seksisme en racisme. Het was een succesvolle actie; meerdere adverteerders waaronder het ministerie van Defensie trokken zich terug.

Op de website van de door GeenStijl opgerichte publieke omroep PowNed verscheen deze week een misselijkmakend bericht over een verdronken 16-jarige vluchteling. In het artikel werd de spot gedreven met zijn dood. De redactie schreef:

“Een zestienjarige Syriër heeft bezoekers van het Buitenbad Groot Venlo gisteren een vervelende dag bezorgd […] Daarop besloot het zwembad haar deuren rond 14.40 uur te sluiten. Leuk voor de overige zwembadgangers.”

Na een stortvloed aan kritiek, verontwaardiging en pissigheid van wat leek heel Nederland, besloot PowNed-voorman Dominique Weesie het artikel offline te halen en zijn excuses aan te bieden.

Of het geen censuur is, wil iedereen over de actie tegen GeenStijl en de reactie van PowNed weten. Maar dat is helemaal niet interessant. Wanneer je het economische proces van vraag en aanbod erop loslaat is het heel simpel: het aanbod van GeenStijl en PowNed  past kennelijk niet meer bij de vraag.

Veel interessanter is het om je af te vragen waarom beiden nu pas worden aangepakt. Waarom die zucht naar ranzige berichtgeving in een jasje van semi-journalistiek is omgeslagen in afkeer. GeenStijl en PowNed grossieren immers al jaren in racistische, inhumane en seksistische uitingen, gelardeerd met een bitter sausje van ‘vrijheid van meningsuiting is een groot goed’.

De één dankzij inkomsten uit advertenties en de ander van uw en mijn belastingcenten. Ze overtreden al jaren de grenzen van het betamelijke onder het mom van ‘lekker brutaal’. Wie er iets over durft te zeggen krijgt niet alleen de wind van voren, maar wordt en passant ook vanachter genomen — spreekwoordelijke gesproken dan.

Jarenlang konden zij hun gang gaan omdat velen te bang waren er iets van te zeggen. Sterker nog: men wilde maar al te graag bij het stoere jongensclubje horen. Lodewijk Asscher (PvdA) liet zich vorig jaar een half uur interviewen door Jan Roos, oud-Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) had een column op GeenStijl, ook schrijver Ronald Giphart schreef er ooit een column en Jelte Sondij (BNN-VARA) komt er vandaan.

De lijst houdt hier niet op: Danny Ghosen (NTR) komt bij PowNed vandaan, evenals Jojanneke van den Berge (EenVandaag) en Jan Versteegh (BNN-VARA). Wat ik er maar mee wil zeggen: GeenStijl en PowNed zijn jarenlang behandeld als ludieke doch professionele kwaliteitsmedia, terwijl ze in feite niets anders zijn dan shockkanalen voor de onderbuik. Klysma’s voor de boze witte man en de incidentele vrouw.

Die tijden zijn voorbij. Kritiek op de werkwijze van zowel GeenStijl als PowNed neemt toe. Na de moord op Theo van Gogh en de moord op Pim Fortuyn – beiden een aanslag op de vrijheid van meningsuiting – durfde niemand meer hardop te zeggen dat de vrijheid van meningsuiting niet absoluut is. Dat er grenzen zijn.

En GeenStijl werd het symbool van die grenzeloosheid, tot het racistische en seksistisch af. ‘Lekker brutaal’, om Matthijs van Nieuwkerk te parafraseren. Het werd stoer om je bij de mannen van GeenStijl te voegen en in locker room talk de vrouwtjes te kleineren. Een beetje zoals alle tieners op de middelbare school ook bij de club van de populaire pestkoppen willen horen. Alles om te voorkomen zelf doelwit te worden van het gesar.

Die tijden zijn dus voorbij. In de Verenigde Staten hebben we gezien waar Breitbart-achtige websites toe kunnen leiden. Het wantrouwen in de samenleving viert er hoogtij, aangewakkerd door sensatiebeluste artikelen à la GeenStijl. De groeiende kritieken op GeenStijl en PowNed laten zien dat wij in Nederland niet langer die kant op willen. Ieder volk krijgt de media die het verdient, en wij zijn als samenleving beter dan dat.

Het fatsoen lijkt het dan toch te gaan winnen. En dat hebben we te danken aan niemand minder dan Donald Trump.

Dit artikel verscheen eerder op de website van HP de Tijd

cc-foto: Gage Skidmore