Schermafbeelding 2017-03-09 om 16.30.44

Waarom betaal ik nog steeds vaginabelasting?

Ieder jaar weer krijg ik op of rond 8 maart dezelfde vraag gesteld: of het nu echt nodig is, zo’n Internationale Vrouwendag. Want kom op, die vrouwenemancipatie in Nederland, die is nu toch wel een keer voltooid? Bovendien: er is toch ook niet zoiets als een wereldmannendag?

Eh, jawel. Elke dag én 19 november in het bijzonder.

Het zijn altijd verongelijkte mannen die die vraag stellen, met als ondertoon: “Zie je wel, jullie hebben een speciale dag, voor jullie zelf, jullie zijn helemaal niet ondergeschikt. Jullie hebben zelfs méér.”

Verongelijktheid
Die verongelijktheid ontstaat vermoed ik doordat mannen gewend zijn altijd aan kop te staan, of mannen aan kop te zien staan. Bij alles. Zo’n dag waarop de vrouw centraal staat, is verwarrend. Mannen zijn immers zo goed als overal de baas. Onze koning is een man, onze minister-president is een man. Ik schat in – maar ik kan het natuurlijk fout hebben – dat de Partij voor de Dieren van Marianne Thieme nét niet de grootste partij wordt, dus ook na 15 maart staat er wederom een man aan het roer van kabinet. Ook in de topposities in het bedrijfsleven domineren mannen. Tot zover het zwarte beeld.

Het goede nieuws is: we laten het er niet zomaar bij zitten. Zo heeft het huidige kabinet zichzelf een ambitieus doel gesteld: grote bedrijven moeten streven naar 30 procent vrouwen in de top. Dat is drie op de tien. In een samenleving waar pakweg de helft vrouw is. Dat zou moeten lukken, toch? Maar nee: zelfs dat schamele aantal wordt niet gehaald. Het bedrijfsleven blijft steken op twee vagina’s per 10 topmensen. Op de universiteiten is het helemaal een slappe hap: van de vierduizend vijfhonderd hoogleraren is slechts 750 vrouw. Laat wat ik zeg heel even tot je doordringen. Van de vierduizendvijfhonderd is slechts 750 vrouw.

Minister Bussemaker heeft zich als doel gesteld het aandeel vrouwelijke hoogleraren te verhogen: van 750 nu naar 850 tegen het einde van dit jaar. Dan gaan we dus van 17 procent vrouwelijke hoogleraren naar 19 procent. Wederom een super ambitieus plan dus, helemaal wanneer je bedenkt dat er ieder jaar meer vrouwen dan mannen afstuderen.

Keuze
Maar dan zijn we er nog lang niet. Die ongelijkheid op de werkvloer zit daadwerkelijk overal. Zo zitten vrouwen vaak in onzekere flexbanen, met flexcontracten waar ze zonder pardon weer uitgekieperd kunnen worden. Een groot deel van de vrouwen werkt parttime. Dat is soms een eigen keuze, maar vaak genoeg ook niet: de banen in sectoren waar gemiddeld veel vrouwen werken zijn vaak alleen parttime beschikbaar. Daar sta je dan met je diploma onder je arm.

En dan is er nog iets mis met het salaris dat vrouwen ontvangen. Mannen verdienen in Nederland namelijk meer dan vrouwen, ook in gelijkwaardige functies. Niet omdat ze beter geschoold zijn, of omdat ze hun werk meer secuur doen, niet omdat ze meer gedreven zijn of omdat ze ambitieuzer zijn. Ze verdienen meer omdat ze een penis hebben. Dat betekent dus dat wij vrouwen minder verdienen dan mannen, ook in gelijkwaardige functies. Niet omdat we minder goed geschoold zijn, of omdat we ons werk afraffelen. Niet omdat we niet gedreven zijn, of niet ambitieus zijn. Nee, we verdienen minder dan mannen omdat we een vagina hebben.

Zo simpel is het. In plaats van het braaf en neutraal te hebben over een ‘loonkloof’ zou ik ervoor willen pleiten radicalere termen te gebruiken. Al is het maar om duidelijk te maken wat het probleem is. ‘Loonkloof’ klinkt misschien goed als basis voor salarisonderhandeling, maar gezien waar we mee te maken hebben lijkt een eis me hier meer op z’n plaats.

Penisbeloning
Artikel 1 lid 1 van de Grondwet stelt: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.” Dat betekent dat de loonkloof een flagrante schending van de grondwet is. En ik weet niet hoe het met u zit, maar wat mij betreft zijn onze rechten geen handelswaar. Gemiddeld ligt de penisbeloning in Nederland op zo’n 16 tot 20 procent in de marktsectoren. Dat is hoeveel procent mannen méér verdienen dan vrouwen vanwege hun geslachtsdeel. Bij de overheid is die vaginabelasting, het percentage dat vrouwen minder verdienen dan mannen vanwege hun geslachtsdeel, maar liefst 10 procent.

Wat tot dusver niet onderzocht is, maar wat mij betreft wel meegenomen mag worden is wat er met die kloof gebeurt wanneer je niet alleen vrouw bent, maar ook een niet-witte etniciteit hebt. Of homoseksueel bent. Of een hoofddoek draagt. Wanneer je naast de niet-minderheid minderheid ‘vrouw’, ook nog tot een andere minderheid behoort, kun je er denk ik wel vanuit gaan dat je dubbel genaaid wordt.

Buma
Dat politici als CDA-voorman Sybrand Buma zich zo op de borst kloppen met de geweldige emancipatie in Nederland is dan ook niet alleen verwerpelijk, maar ook compleet misplaatst. In het Carré-debat herhaalde Buma zijn uitspraak dat gelijkheid een typisch christelijke waarde is, om zo die zogenaamde christelijke superioriteit te benadrukken. ‘Denk aan de positie van de vrouw’, voegde hij er nog aan toe.

Er is weinig superieurs aan een samenleving – joods-christelijke cultuur of niet – waarin mannen meer verdienen dan vrouwen vanwege hun geslachtsdeel. Er is weinig verheven aan een samenleving die mede door de politiek zo is ingericht dat vrouwen, vaak uit financiële noodzaak thuisblijven, wanneer er kinderen worden geboren. Slechts iets meer dan de helft van de vrouwen in Nederland is economisch zelfstandig, de andere helft is de Sjaak wanneer de man om welke reden dan ook wegvalt. Alleen roepen dat vrouwen gelijkwaardig zijn, maakt ons dat in werkelijkheid nog niet.

Wat mij betreft is de tijd van onderhandelen voorbij en breekt nu de eistijd aan.

Deze column werd uitgesproken op een FNV-bijeenkomst in het kader van Internationale Vrouwendag.

Foto: Screenshot YouTube Reuters