Feministen aller lande, trap niet in de feminazi-trap

Feminisme is in essentie een basale zaak: het streven naar gelijkwaardigheid. Toch zijn feministen jarenlang weggezet als ofwel ‘zeikwijven-die-zeuren-om-niks-want-vrouwen-in-het-Westen-hebben-het-super-goed’, of behaarde man-hatende monsters. Het negatieve frame was zo sterk, dat je het als feminist simpelweg niet goed kón doen. Sinds de invoering van de abortuswet bijna 33 jaar geleden, heeft het feminisme aan radicaliteit ingeboet. Opererend binnen de marges van het frame, schoven we van eisen stellen steeds meer op naar lobbyen en beleefd vragen om gelijke rechten. Wettelijk gezien is van alles best oké geregeld, maar de praktijk loopt vaak hopeloos achter. In plaats van aandringen op keiharde quota voor vrouwen, discussieerden we in cirkels over onbetaalbare crèches, loonkloven en termen als ‘papadagen’.

Gelukkig ziet de toekomst er anders uit. Met het groeiende conservatisme in de politiek, groeit ook de noodzaak voor progressiviteit. Met als bijkomend gevolg dat het feminisme weer hip is. De massale, wereldwijde demonstraties daags na de inauguratie van Trump waren vooral een signaal naar de nieuwe president van de Verenigde Staten dat vrouwen niet met zich laten sollen, maar ook een teken dat, het negatieve frame ten spijt, men weer massaal bereid is de straat op te gaan voor vrouwenrechten.

De roep om radicaliteit gaat verder: talloze feministen om me heen hebben nu ook de term ‘feminazi’ ingelijfd. Wat eens een scheldwoord was, zou nu een geuzennaam voor radicale feministen zijn. Ik kan er geen vrede mee hebben. ‘Feminazi’ klinkt inderdaad radicaal en strijdbaar, maar dan op de foutste manier die je je maar kunt bedenken. De term roept vreselijke associaties op en bagatelliseert bovendien de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.

De term feminazi werd eind jaren tachtig door niemand minder dan de extreem- conservatieve Amerikaanse radiopresentator Rush Limbaugh bedacht.

[…]

Column gratis verder lezen doe je hier, bij Opzij