creche

Racisme begint bij onze kinderen

Luid zingend kwam mijn 2-jarige dochter een paar weken geleden binnengestormd, met in haar kielzog haar oma. ‘Er zat een klein zigeunermeisje, huilend op een steen!’ loeide ze, terwijl oma haar al over de bol aaiend probeerde te corrigeren: ‘Er zat een klein lief meisje, huilend op een steen.’

‘Waar heeft ze dit toch vandaan?’, vroeg ze me verbaasd. Als gepensioneerd basisschooldocent weet ze dat termen als ‘zigeuner’ in kinderliedjes pedagogisch niet verantwoord zijn. Zigeuner is een scheldwoord en aangezien we onze kinderen ook niet leren ‘er zat een tyfuslijer huilend op een steen’, te zingen, is het niet meer dan logisch om de term ‘zigeuner’ niet te gebruiken. Toch had haar lieve kleindochter de hele dag niets anders gezongen. Thuis staan ‘Clowntje Piet’ en ‘Dikkertje Dap’ op repeat, het ouderwetse en kwetsende ‘zigeunerkind’ had ze op de crèche geleerd. Er zat niets anders op dan weken aaneen samen ‘een klein lief meisje’ te spelen, totdat het woord ‘zigeuner’ verdween als sneeuw voor de zon. ‘Kan gebeuren’, zei mijn man die zich in eerste instantie van geen kwaad bewust was, en dus lieten we het erbij. Om nu bij ieder wissewasje aan de telefoon met de crèche te hangen is ook wat.

Maar toen gebeurde het volgende.

Donderdag bracht ik mijn dochter weer naar de crèche. Het was een ochtend als ieder andere: ze weigerde haar boterham te eten, vroeg om een koekje, kreeg een banaan, zong luidkeels ‘er zat een klein lief meisje’, achterop de fiets en knuffelde bij binnenkomst met haar twee beste vriendjes. Het was een vrolijk en mooi tafereel om te zien hoe ze haar kleine armpjes om hun schouders sloeg en ‘goedemogge’ riep. Zoeter kan niet.

Hoe groot was het contrast met wat er op de hoek van de tafel gebeurde. Een Aziatisch meisje zat tussen twee, hoogblonde, jongetjes in. De twee klemden haar stevig in en riepen ‘poep Chinees, poep Chinees, poep Chinees!’ Het gezicht van het meisje liep rood aan, ze kon ieder moment in huilen uitbarsten. ‘Ik ben geen poep Chinees!’ riep ze terug, maar de jongens wisten van geen stoppen. ‘Poep Chinees, poep Chinees’, gilden ze al kirrend van het lachen. De pedagogisch medewerker, zoals crècheleidsters tegenwoordig genoemd worden, was druk met een aanvraag en leek niet door te hebben wat er aan de hand was. Nadat ik haar erop aansprak corrigeerde ze de jongens door hen te vertellen dat het meisje hun gedrag niet leuk vindt, maar ze trokken zich weinig van haar aan. ‘Poep Chinees, poep Chinees!’ klonk het weer. Verdrietig en geschrokken verliet ik het lokaal.

Onze kinderen zijn een product van hun omgeving. Alles wat de kleintjes in de categorie 0 – 4 jaar weten, weten ze omdat ze het ons hebben zien doen of horen zeggen. Kinderen zijn net kleine sponsjes. Zo was mijn dochter 1,5 jaar oud toen ik haar voor het eerst ‘shit’ hoorde zeggen, sindsdien behoor ik officieel tot de chips-roepers. Het is aan ons ouders, grootouders en opvang om hen te leren wat goed en fout is en om het goede voorbeeld te geven. Doen we dat niet, dan maken 3-jarige kindjes hun Aziatische klasgenoot dus uit voor poep Chinees. Het eveneens 3-jarige meisje wordt nu al geleerd dat zij minderwaardig is vanwege haar etniciteit, dat ze er niet bij hoort. Ze is drie en wordt nu al geconfronteerd met racisme – en voordat de racismeontkenners weer schuimbekkend steigeren: ik ben me bewust dat de term ‘racisme’ heftig ervaren kan worden, al helemaal wanneer het om 3-jarige kinderen gaat, maar wat in deze telt is de ervaring van het meisje dat nu weggezet wordt als ‘poep Chinees’. Niets meer en niets minder.

Als we racisme de wereld uit willen werken, zullen we hier moeten beginnen: bij de basis, bij onze kinderen. We moeten hen onderwijzen dat racisme slecht is, dat huidskleur, ras, etniciteit, geloof, gender of wat dan ook er niet toe doen. Dat we gelijkwaardig zijn. Maar daar moet het niet bij blijven. Wij volwassenen moeten het goede voorbeeld geven. Kinderen verzinnen termen als zigeuner en poep Chinees niet zelf, het wordt hen geleerd. Door ons.

Het idee dat een witte huidskleur beter en mooier is dan al het andere, wordt er met de paplepel ingegoten. Bekijk bijvoorbeeld onderstaand experiment, waarbij kinderen van allerlei etniciteiten moeten kiezen tussen twee poppen: een zwarte en witte. De kinderen wordt gevraagd aan te wijzen welke pop mooi en lief is en welke pop stout is. De positieve elementen worden allen toegewezen aan de witte pop, de zwarte pop is stout en lelijk. Gevraagd waarom ze de zwarte pop stout vinden: omdat hij zwart is. Gevraagd waarom ze de witte pop mooi vinden is het antwoord: omdat hij wit is.