87351226_d0df6f40db_z

Tussen angst en vrees

Deze week gaf ik op een aantal middelbare scholen in Zeeland gastlessen over Roosevelts vier vrijheden. Met leerlingen sprak ik onder meer over de grenzen van die vrijheden. “Moet je altijd alles kunnen zeggen?”, vroeg ik met het oog op vrijheid van meningsuiting. Een enkeling vond van wel, maar het leeuwendeel noemde ‘respect’, ‘niet kwetsen’ of ‘geweld’ als grens. We filosofeerden over wat vrijheid betekent en concludeerden gaandeweg dat om vrij te kunnen zijn, om ultieme vrijheid te kunnen ervaren, er ook zoiets moet bestaan als onvrijheid. Een conclusie waar ik me op dat moment wel in kon vinden, maar waar mijn gehele lijf zich nu – na vrijdag, na de zoveelste terroristische aanval op onze vrijheden, op ons zijn – tegen verzet.

Op één school liep een conciërge aangedaan weg tijdens mijn lezing, omdat ik een cartoon van Mohammed vertoonde. Nadien zei de man dat hij best begreep wat de daders in Parijs in januari had gedreven. Als oud-militair had hij veel gezien en meegemaakt. Hij was weggelopen omdat de gewraakte cartoon van Westergaard hem te ver ging. “Geweld is natuurlijk nooit goed”, voegde hij daar snel aan toe. Maar begrip voor de terreur had hij desalniettemin. Ik diende hem netjes van repliek: “Geweld is niet goed te praten, geweld met geweld bestrijden is niet de oplossing.” Et cetera. Maar achteraf gezien heb ik voor mijn gevoel niet voldoende gezegd.

Get the fuck out of here
Hoe verder ik van Middelburg vandaan reed en dichter bij Rotterdam ik kwam, des te kwader ik werd. Op mezelf, maar nog meer op hem. Want hoe dan? Hoe kún je in vredesnaam zeggen begrip te hebben voor mensen die anderen beroven van hun leven en de wereld injecteren met angst en verdriet? Het ergens niet mee eens zijn is prima. Ook dat is vrijheid van meningsuiting. Maar jouw zogenaamde recht in eigen hand nemen, daar heb ik geen andere woorden voor dan ‘get the fuck out of here’. Wie begrip voor terreurdaden toont, is wat mij betreft geen haar beter dan de terrorist zelf.

In de auto naar huis liet ik de woorden van de conciërge op me inwerken. Als tegenover mij niet een witte, autochtone man had gestaan, maar iemand met een Noord-Afrikaans uiterlijk en een baardje, dan was ik vlak voor zijn ogen ontploft en had ik hem zo gigantisch de les gelezen dat hij er spontaan van was gaan janken. Het zou niet de eerste keer zijn. Dat ik dat niet deed, heeft alles te maken met mijn verwachtingen van hem. Ik had niet verwacht dat een witte man van middelbare leeftijd in een dorp (of oké, Middelburg is een stad) de achterlijkheid zou weten op te brengen om niet alleen een tekening af te keuren, maar die afkeuring ook nog zou weten te gebruiken om een daad van terreur goed te praten. Achterlijkheid komt in alle kleuren en leeftijden zullen we maar zeggen.

Vrijwaring van angst
In zijn State of the Union in 1941 presenteerde de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt vier vrijheden. Naast ‘vrijheid van meningsuiting’, ‘vrijheid van godsdienst’ en ‘vrijwaring van gebrek’ noemde hij ook ‘vrijwaring van vrees’. Ofwel, een vrije samenleving is een samenleving waarin men niet bang hoeft te zijn. Roosevelt noemde vrijwaring van angst weliswaar met betrekking tot landen die in oorlog zijn met elkaar, maar dat alleen landen oorlog voeren lijkt me inmiddels meer dan achterhaald. Zelfs Rutte nam zaterdag met het oog op de aanslagen in Parijs het woord ‘oorlog’ in de mond. Wat mij betreft terecht. Daarmee is het de terroristen gelukt om na de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid om al dan niet te geloven in een vliegend spaghettimonster ook de vrijwaring van vrees de das om te doen.

Argwaan maakt zich ook van mij weer meester. Na 9/11 was ik bang voor mannen met baarden, nu vertrouw ik niemand meer. Ik heb geprobeerd in woorden te vatten wat een pijn het doet om mensenlevens verwoest te zien worden. Niet alleen van vrienden en familie van slachtoffers, van de hele samenleving, maar het lukt mijn hersenen maar niet om de grootte van de gebeurtenissen en het effect ervan te registreren.

Argwaan
Bij ieder nieuwsbericht, bij iedere tweet schieten mijn ogen vol en breekt mijn hart. Maar het verdriet, de intense pijn, de tranen, de woede, ook de argwaan, het zijn allemaal reacties die ik de daders niet gun. Ik wil niet toegeven, maar ik weet niet hoe ik me ertegen kan verzetten. Het besef van het grotere doel van de daders daalt langzaam in. Meer nog dan een aanslag op de levens van de slachtoffers, is dit de zoveelste aanslag met als doel de ontwrichting van onze samenleving. Het is een poging om onze gemeenschappen kapot te maken, ons onze vrijheid – waarin we lachen, dansen, concerten bezoeken, drinken en liefhebben – te ontnemen. De daders willen ons impregneren met haat en angst om zo een nog grotere voedingsbodem te creëren voor het eigen gelijk.

Ik wil ze dat niet gunnen, ik wil ze dat niet geven, maar ik ben bang. En daarmee krijgen ze precies wat ze willen. De klootzakken.

cc-foto: David

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *