nutrilon

Moederschap is soms net oorlog

Wanneer een Aziatische familie de laatste pakken Nutrilon voor mijn neus wegkaapt moet ik me inhouden om zo’n pak niet uit de handen van een van hen te grissen en ze na te roepen dat míjn dochter ook moet drinken

Het moederschap, of althans het mijne, heeft soms iets weg van oorlog. Sinds de geboorte van mijn dochter sta ik altijd op scherp. Ik hou haar nauwlettend in de gaten, al is het vanuit mijn ooghoeken, en ben altijd alert. Haar welzijn gaat boven alles. Wanneer er gevaar schuilt, hoe klein ook, gaan in heel mijn lichaam de alarmbellen af. En die loeien héél hard. Een asociale fietser die weigert te stoppen voor een rood stoplicht en het daarbij behorende zebrapad en ons daardoor bijna omver fiets mag blij zijn dat hij zijn koptelefoon opheeft. En ik mag blij zijn dat mijn dochter nog te jong is om te begrijpen wat ik hem allemaal toewens.

Bij het schap in de supermarkt met babyvoeding is het ook al raak. Wanneer een Aziatische familie de laatste pakken Nutrilon voor mijn neus wegkaapt – het één pak per persoon-beleid heeft niets opgelost maar ertoe geleid dat hele gezinnen tezamen in één keer het schap leegkopen – moet ik me inhouden om zo’n pak niet uit de handen van een van hen te grissen en ze na te roepen dat míjn dochter ook moet drinken. Maar ergens tussen mijn opwinding en de daadwerkelijke daad steekt de rede weer de kop op en dus komt het nooit tot een echte confrontatie. En gelukkig maar. Ik kan namelijk wel boos worden op het gezin dat een handeltje heeft in de verkoop van Nutrilon aan gezinnen in China, maar zij zijn het probleem niet. Waar vraag is, komt immers aanbod, het is alleen Nutricia die de gouden regel frustreert door niet in het aanbod te voorzien.

Thuis noemen we het goedje inmiddels ‘het witte goud’. In China worden harde pegels betaald voor pakken met een Nederlands label. Een pak kost in de supermarkt circa dertien euro, maar kan daar al gauw vijftig euro opleveren. Flinke winst dus. En dat er zo fors voor wordt betaald is niet zonder reden. Zes kinderen overleden in China in 2008 door het drinken van met melamine vervuilde babymelk. De kunsthars was toegevoegd aan het poeder om te verhullen dat hij was uitgedund. Ruim 300.000 kinderen werden er ziek van. Een paar jaar later was het weer raak; in 2011 overleed weer een aantal kinderen en raakten er tientallen ziek omdat er nitriet in het melk zat. Logisch dat je als ouder in China je wel twee keer achter het oor krabt voordat je een Chinees merk koopt. Dan kan de Nederlandse fabrikant nog zo hard roepen dat het poeder in China heus hartstikke prima, topperdejoppie is.

Ook Japanse melk gevaarlijk?

Een paar maanden terug vlogen mijn man, mijn dochter en ik naar Tokyo. Het was KLM niet gelukt om onze bagage met ons mee te laten vliegen, waardoor wij zonder babymelk kwamen te zitten. Daar stonden we dan, in de Japanse supermarkt, met z’n drietjes, te staren naar een schap vol gekleurde potjes en pakjes waarvan wij alleen konden vermoeden dat het babyvoeding is. Maar met de typische Japanse ‘wij houden van animatie’-cultuur – ze plakken Hello Kitty zelfs op maandverband – had het net zo goed kauwgom of popcorn kunnen zijn. Om maar twee random dingen te noemen.

Uiteindelijk werden we door een winkelbediende op pad gestuurd met melkblokjes van het merk Meiji. Ik zou op de hotelkamer wel uitzoeken hoe het werkte door Dr. Google te consulteren. Wat hij me te melden had, was niet bepaald geruststellend: in 2011 werden de kartonnetjes babymelk nog uit de schappen gehaald omdat ze radioactief zouden zijn.

Waarom wilde ik ook alweer naar Japan?

Op dat moment had ik zo mijn jaarsalaris neergeteld voor een pak Nutrilon. Snel zocht ik nog op ‘Nutrilon-dealer in Japan’, maar mjjn man stelde me gerust. Met het voorraadje dat we nog bij ons hadden, hoefde dochterlief waarschijnlijk maar één keer een Meiji-flesje. Dat zou ze heus wel overleven. Ze zou er hoogstens superpowers aan overhouden.

Dieptepunt bij de Plus-supermarkt

De oplossing van het probleem klinkt heel simpel, namelijk het opschroeven van de productie, maar dat is het niet. Nutricia zegt de productie al flink te hebben verhoogd, maar het aantal kinderen dat in China gevoed moet worden is vele malen groter dan het aantal kinderen hier in Nederland en dus blijven de schappen leegstromen. Nutricia zou compleet nieuwe fabrieken kunnen neerzetten, en dan nog zou het misschien niet kunnen voldoen aan de vraag.

In China focust men vooral op het vertrouwen terugwinnen van de consument in de lokale producten, maar daar zullen jaren overheen moeten gaan.

In de tussentijd proberen Nederlandse supermarkten en drogisterijen van alles om er maar voor te zorgen dat de Nederlandse consument nog steeds het goedje kan kopen. Ik ben werkelijk van alles al tegengekomen. Van één-pak-per-persoon-beleid (Kruidvat, Etos), tot winkels waar je een minimaal bedrag aan andere boodschappen moet besteden (Jumbo). Van een speciale kassa voor Nutrilon (AH) die alleen open is tussen 08.00 en 10.00 tot het bekrassen van labels (Dirk van den Broek). Van servicecounters die heel geniepig van achter de toonbank pakken verkopen aan iedereen die níet Aziatische oogt (Kruidvat), tot het laatste dieptepunt: supermarkt de Plus die in het Chinees ‘slecht’ op de pakken schrijft om al die Chinezen die al getraumatiseerd zijn door het melamine-schandaal nog eens flink af te schrikken.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *