15878703771_2c823f4120_z

Stuur de migrantenwerker met pensioen

Marokkaans-Nederlandse meisjes doen het, in tegenstelling tot wat Nederland denkt, eigenlijk helemaal niet zo goed. Daar waarschuwt althans Renée de Zwart in een opiniestuk in de Volkskrant voor. De medewerkster van migrantenorganisatie Nisa ziet het allemaal nogal zwartgallig in.

Ze schrijft, in een notendop, dat de angst regeert onder Marokkaans-Nederlandse vrouwen. Als samenleving moeten wij er daarom voor waken dat die vrouwen hun lijden niet langer in stilte ondergaan. We moeten ze mondiger maken en leren kritisch te zijn. Niet omdat we de vrouwen daarmee een dienst bewijzen en hun uit hun o zo miserabele leventjes kunnen verlossen, maar om te voorkomen dat zij in de toekomst, net als de Marokkaans-Nederlandse jongens, ook een probleem voor ons gaan vormen. De Zwart plakt voor het gemak ook het economische plaatje eraan vast: het is goedkoper ze nu te helpen, dan straks wanneer ze pas echt ontspoord zijn. Hoi gemeente Amsterdam, mag stichtingNisa4Nisa misschien nog wat extra geld?

Contact
Wel, zij vraagt, ik draai. Hier heb je een kritische en mondige Marokkaans-Nederlandse vrouw, die soms ook wel wat bang is, maar niet voor haar broers of vader, maar voor het beeld dat domme en generaliserende opiniestukken in de Volkskrant van haar schetsen.

De migrantenwerker haalt de legitimiteit om de Marokkaans-Nederlandse vrouw te duiden als zwak, zielig en bang namelijk uit het feit dat ze migrantenwerker is. Ze woont in haar functie als migrantenwerker talloze bijeenkomsten bij “over de problemen van Marokkaanse Nederlanders, variërend van huiselijk geweld tot radicalisering”. Op die bijeenkomsten ligt de nadruk – hoe kan het ook anders? – op deze tamelijk zware onderwerpen. Daarom snap ik De Zwart wel. Als het contact dat je met een bepaalde groep mensen hebt alleen gebaseerd is op die negatieve tendensen, dan kun je daar inderdaad nogal zwartgallig van worden. Als ik migrantenwerker was zou ik dat misschien ook wel zijn. Maar gelukkig ben ik dat niet. Om het hele plaatje te kunnen zien moet je dan ook een bredere visie hebben, maar daar heb ik De Zwart in het artikel jammer genoeg niet op kunnen betrappen. Omdat ik niet de beroerdste ben, wil ik De Zwarts visie (sinds we Rutte als premier hebben kunnen we alles onder visie scharen, niet waar?) best wat corrigeren.

Zo had ze, bijvoorbeeld, een ander beeld kunnen krijgen van die Marokkaans-Nederlandse vrouw als ze één van de vele vertoningen van Mijn Vader de Expat (+Oumi) had bijgewoond. Honderden Marokkaans-Nederlandse meisjes uit het hele land trokken naar de voorstelling. Sommigen met fleurige hoofddoek, anderen zonder. Sommigen met kilo’s make-up op en een geur alsof ze een duik in een Chanel-zwembad hadden genomen, anderen maakten er een iets minder circus van.

De conclusie die ik na iedere voorstelling – ja, ik heb de voorstelling meerdere keren gezien – kon trekken was dat dé Marokkaans-Nederlandse vrouw niet bestaat, maar dat al die Nederlandse jongedames met hun roots ergens in Noord-Afrika zo ontzettend divers en geëmancipeerd zijn, dat ze – ondanks wat er in media als de Volkskrant over hen wordt gezegd – zichzelf durven te zijn. Opvallend is ook wel het verschil tussen de provinciale meiden en zij uit de Randstad, maar daarover een andere keer meer.

Superieur
Wat me het meest stoort aan het opiniestuk is de toon. Ironisch genoeg is de basis ervan angst. Niet die van de Marokkaans-Nederlandse vrouwen, maar die van De Zwart. Ze waarschuwt namelijk – compleet in lijn met eerdere berichten waarin hoofddoekdragende vrouwen weggezet werden als fundamentalist – dat na de Marokkaans-Nederlandse jongens, straks ook de meisjes een probleem gaan vormen. Want heus, het zijn echt niet alleen de jongens die radicaliseren. De jongens radicaliseren op straat, meisjes voeren het gevecht in stilte, van binnen. Waar deze nogal boude stellingen vandaan komen mag Joost weten, maar De Zwart is migrantenwerker, dus zij zal het wel weten.

 Of oh nee, ik moet natuurlijk kritisch zijn, dat was even mijn mocro-reflex. Hier dan wat netter: De auteur van het artikel vergroot niet alleen het wij-zij denken, maar plaatst zichzelf en de Nederlandse cultuur (die kennelijk niet de mijne is?) ook nog eens boven de groep die ze probeert te verheffen. De Nederlandse migrantenwerker als verlosser, zoiets.

Verder valt op dat, wanneer De Zwart eindelijk écht concreet wordt en concrete problemen aankaart, in plaats van loze termen als ‘status’ en ‘identiteit’ te hanteren, blijkt dat die bange Marokkaans-Nederlandse meisjes helemaal het probleem niet zijn, maar de manier waarop de Nederlandse samenleving met hen omgaat. Namelijk afkeurend. Een stageplaats krijgen is bijvoorbeeld lastig vanwege hun afkomst, maar ook neemt de agressie tegen hoofddoekjes toe. Dat dit wezenlijke problemen zijn waar die Marokkaans-Nederlandse vrouwen mee te maken krijgen wil ik wel geloven, maar hoe de schuld hiervoor bij dezelfde groep komt te liggen, kan ik toch niet helemaal volgen. Het is een beetje als ‘had je maar geen rokje aan moeten doen’ zeggen tegen een verkracht meisje.

Laten we dus alsjeblieft niet langer geld in subsidieslurpende migrantenorganisaties stoppen die mijn generatie – geboren en getogen in Nederland, nog steeds als vreemdeling aanspreken en complexen aanpraten als “je hoort bij een groep die niet bovenaan staat in de statusladder in Nederland. Jouw groep wordt achtergesteld, je voelt je als groep bedreigd en je bent onzeker over je identiteit.” Laat in plaats daarvan de migrantenwerker zelf lekker met pensioen gaan. Mijn ouders, die wél migranten zijn, zijn dat immers ook al jaren.

cc-foto: Geraint Rowland

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *