3107497694_33dda9fecb_z

Vijf redenen waarom we allemaal feministen zouden moeten zijn

Maandag was ik te gast in het Radio 1-programma De Ochtend, in het Mediaforum. Samen met Jan Slagter, directeur van omroep Max, bespraken we het nieuws. Eén van de onderwerpen: Internationale Vrouwendag. Slagter had er zondag helemaal niets van meegekregen, zei hij. Bij hem in de straat hing de vlag niet uit. Hij had er niemand over gehoord. Logisch ook wel, zei hij. Vrouwen hebben het in Nederland prima. Maar, hij maakte het nog bonter: de tendens van zijn bijdrage was dat vrouwen in Nederland niet zo moeten zeuren. In andere delen van de wereld hebben vrouwen het slechter, dus slikken die meuk en handen uit de mouwen voor vrouwen elders.

Slagter – en hier ga ik me niet populair mee maken, maar fuck it – is een blanke, oude, grijze man. Hij komt uit een omgeving met zoveel white privilege, dat hij blind is voor het onrecht in zijn eigen omgeving. “We moeten onderdrukte vrouwen in het buitenland helpen”, riep hij, om toch vooral duidelijk te maken dat zijn hart wel degelijk op de juiste plaats zit en dat hij een groot gevoel voor onrechtvaardigheid heeft. De goede man is bezig met het opzetten van een verzorgingstehuis voor ouderen, omdat dat in Nederland volgens hem zo slecht geregeld is. Dat hij om mensen geeft en het beste met hen voor heeft, is wel duidelijk. Des te idioter is het dan ook dat juist een man als hij niet doorheeft dat feminisme – óók in Nederland – juist hartstikke belangrijk is.

Daarom, voor alle Jan Slagters (m/v) in Nederland, die denken dat het feminisme in Nederland dood is of dood moet, vijf redenen om te strijden voor gelijkwaardigheid in ons land. Of in ieder geval te stoppen met zeggen dat vrouwen niet zo moeten zeiken:

1. Economische zelfstandigheid
Het thema van Internationale Vrouwendag was zondag ‘economische zelfstandigheid’. Reden hiervoor is dat er talloze vrouwen zijn die niet economisch zelfstandig zijn, met alle mogelijke beperkingen van dien. Al is het lastig toegeven; geld is ontzettend belangrijk. Niet economisch zelfstandig zijn kan vrouwen bijvoorbeeld gevangen houden in een ongelukkig huwelijk (of samenzijn). In Nederland is ongeveer de helft van de vrouwen níet economisch zelfstandig, maar afhankelijk van haar man.

2. Economische ongelijkheid
Zij die wel werken – in de economische zin van het woord – verdienen in Nederland procentueel minder dan mannen. Voor hetzelfde werk. Collega A heeft een piemel, collega B heeft een kut, beiden komen om 09.00 uur het kantoor binnen, beiden gaan om 17.00 naar huis, beiden verzetten evenveel werk, beiden zijn even goed, even gedreven, maar die piemel is 16,7 procent meer salaris per maand waard en dus heeft collega b het nakijken. Feministen willen niet dat vrouwen méér salaris krijgen dan mannen, mannen hoeven zich niet bedreigd te voelen; de eis is niet dat mannen mínder moeten verdienen. De vraag is gelijke beloning voor gelijk werk. Toegegeven; er is wat ontwikkeling op dat gebied, maar, zo waarschuwde de VN onlangs nog, als de ontwikkeling zo traag blijft gaan als nu, zal het nog zeker 70 jaar duren voordat vrouwen evenveel verdienen als mannen.

3. Economische groei
Om nog maar even in het thema van economie te blijven: meer werkende vrouwen, ook in topposities, is niet alleen goed voor de portemonnee van de vrouwen zelf, maar ook voor die van de landen. IMF-topvrouw Christine Lagarde schreef onlangs op haar blog nog over de economische toegevoegde waarde van werkende vrouwen. Veel vrouwen blijven door wettelijke beperkingen thuis, terwijl ze eigenlijk zouden willen werken (denk in Nederland bijvoorbeeld alleen al aan het bevallingsverlof voor vrouwen en de schamele vijf dagen die mannen krijgen). Lagarde bepleit dat het Bruto Binnenlands Product van een land flink omhoog kan gaan als die wettelijke beperkingen opgeheven worden.

Irene van Staveren deed verder onderzoek naar de rol van vrouwen in topposities. In ‘The Lehman Sisters Hypothesis‘ concludeert zij dat de schare vrouwen aan de top vaak beter presteert dan mannen en voorzichtiger beslissingen maken op onzekere momenten. Met andere woorden: met meer vrouwen aan de top, had die hele economische crisis misschien helemaal niet plaatsgevonden. Van Staveren onderstreept dat meer onderzoek nodig is, maar dat de huidige empirische literatuur al een pleidooi zou kunnen zijn voor het hebben van meer vrouwen in de financiële sector. Kunnen we daar dan de politiek – die de economische crisis probeert op te lossen – aan toevoegen?

4. Hoofdpijn
Toen ik dit voor het eerst hoorde, gingen bij mij mijn nekharen overeind staan: medicijnen worden voornamelijk op mannen getest. Wetenschappers vinden het namelijk nogal lastig om te dealen met de hormonen van vrouwen. Die kunnen de uitkomsten van de onderzoeken beïnvloeden en tsja, dat is niet zo handig wanneer je een medicijn probeert te ontwikkelen dat zo snel mogelijk de markt op kan. Dat óók vrouwen die medicijnen vervolgens moeten slikken – en dat die hormonen de werking van die medicijnen ook dan dus, dûh!, zullen beïnvloeden – is jammer voor ze. En maar zeiken over vrouwen die altijd hoofdpijn hebben.

5. Seksuele intimidatie
Eerder schreef ik al een opinie over catcalling; het achterna gezeten worden of nageroepen worden door mannen. Het is iets waar vrouwen dagelijks mee te maken hebben en iets wat ze keer op keer maar weer moeten slikken. Maar dat is slechts één van de vormen van seksuele intimidatie – want dat is wat het is – die vrouwen moeten ondergaan. Uit onderzoek blijkt dat 31 procent van de vrouwen in Nederland wel eens te maken heeft gehad met fysieke seksuele grensoverschrijding en twintig procent van de vrouwen heeft te maken gehad met seksueel geweld. De daadwerkelijke cijfers liggen, wanneer je rekening houdt met onderrapportage, waarschijnlijk nog een stuk hoger.

3107497694_33dda9fecb_zZolang er mannen zijn in de wereld die geloven dat zij het recht hebben om vrouwen na te fluiten of te roepen, omdat ze daar zin in hebben, of geloven dat ze het recht hebben op het lichaam van een vrouw ‘omdat ze toch een borrel teveel op heeft’, is het belangrijk dat íedereen zich daar tegen uitspreekt. Dat massaverkrachtingen in India plaatsvinden is vreselijk en dat moet bestreden worden, maar dat betekent niet dat we onze kop in het zand moeten steken voor verkrachtingen in Nederland.

Het is toch van de zotte dat ik samen met mijn vrouwelijke klasgenoten op de middelbare school lessen in zelfverdediging kreeg in plaats van gymles, terwijl de jongens buiten aan het voetballen waren? De laatste les in zelfverdediging werd afgesloten door het kapotslaan van een plaatje nephout. Daar moesten wij meisjes het gevoel van krijgen fysiek sterk te zijn. Is dat dan empowerment? En terwijl de mannen achter een bal aanrenden werd niemand in de tussentijd verteld dat je je handen thuis hoort te houden…

Jan Slagter heeft gelijk wanneer hij zegt dat we moeten opkomen voor vrouwen in het buitenland die te maken hebben met vrouwenbesnijdenis, gedwongen prostitutie, die misbruikt worden als slavinnen of door hun familie worden uitgehuwelijkt. Hij heeft gelijk wanneer hij zegt dat het vreselijk is wat die vrouwen moeten doorstaan en dat we ons moeten inspannen om daar een einde aan te maken. Maar ook in de zogenaamde beschaafde Westerse wereld gaan we tamelijk onbeschoft met vrouwen om.

Als je nog steeds niet overtuigd bent van de noodzaak van feminisme, misschien kan ik je dan overhalen met het seks-argument: feministen (M/V) hebben namelijk betere seks. En beesten die we zijn, dat is alles wat we willen, toch?

Foto: cathredfern

2 comments

  1. In Nederland komt seksueel misbruik vaker voor dan je denkt omdat veel Nederlandse jongens lomp zijn en zijn vaak ook autistisch en vergelijken je met alle andere meiden, en willen je alleen wegens jaloerze instanties en ik heb geleerd wanneer een jongen bloost wanneer hij met je wil afspreken dan heeft hij vaak verkeerde intenties. Oftewel fuck de liefde, en doe lekker wat je zelf wilt!

  2. Ik ben man en vind het zelf schaamtelijk als geslachtsgenoten aan catcalling doen. Ik probeer me wel degelijk even in de gedachtenwereld van dat meisje/die vrouw te verplaatsen en houd rekening met de mogelijkheid dat dit niet (en mogelijks verre van) de enige keer is dat dit haar overkomt binnen een bepaalde tijdspanne. Wanneer mogelijk probeer ik mn geslachtsgenoten ook te vertellen dat ze het meisje daar geen plezier mee doen (en daardoor eigenlijk zichzelf ook niet). Wat intermenselijke fouten betreft zullen er jammer genoeg altijd ‘nieuwe’ mensen zijn die ‘het’ nog moeten leren en mensen die het niet (grondig) zullen leren tijdens hun levensloop.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *