picca

Goedgebekt

hasnaMetro-columnist Annelies van der Veer schreef afgelopen week een column in de gratis krant met de kop ‘Heette ik maar Fatima’. In haar artikel somt ze een reeks ‘voordelen’ op die allochtonen in Nederland genieten en klaagt ze gaandeweg dat die voordelen voor haar niet op gaan. Zo heeft zij bijvoorbeeld geen familie in het buitenland met huizen waar ze op vakantie gratis kan verblijven, hangen media niet aan haar lippen wanneer ze haar ‘goedgebekte mond’ maar open trekt en wordt zij niet ‘voortdurend positief gediscrimineerd’. Want zij heet per slot van rekening Annelies en niet ‘Fatima, Samira, Hassnae of misschien wel Aisha’. Och arme, het leven had nog zo makkelijk kunnen zijn!

Eerlijk is eerlijk: mijn etnische achtergrond brengt talloze voordelen met zich mee. Vriendinnen kijken na een dagje strand jaloers naar mijn zongebruinde huid. Met slechts een uurtje zon lijkt het alsof ik een maand op vakantie ben geweest. Ik spreek meerdere talen vloeiend, ben een koningin in de keuken en voel me eigenlijk overal ter wereld wel thuis. Immers, wie laveert tussen verschillende culturen, leert zich snel aan te passen en om te schakelen.

Die goedgebekte mond waar Annelies over schrijft is ook iets wat je als ‘allochtoon’ gaandeweg leert. Hij wordt er niet met de harira-lepel ingegoten, noch is die etnisch voorgeprogrammeerd. Hij ontstaat nadat je jarenlang tegen de bierkaai hebt gevochten om iets te bereiken waar je in gelooft, ondanks dat je omgeving en de statistieken je vertellen dat je je dromen niet waar zal kunnen maken. Het is een vbo-advies krijgen op de basisschool om zes jaar later toch met een gymnasiumdiploma onder de arm de wereld in te trekken. Het is kansen grijpen wanneer je ze grijpen kunt en er dan alles aan doen om ze vast te houden. Als dat betekent dat je harder moet praten om gehoord te worden en je daarmee het risico loopt dat je als schreeuwlelijkerd te boek zal komen te staan, soit. Er zijn ergere dingen in de wereld.

Bijvoorbeeld dat mensen als Annelies denken dat, wanneer je na hard werken en studeren eindelijk iets bereikt, het wel door ‘positieve discriminatie’ zal komen. Iets dat continu overal gratis wordt uitgedeeld aan iedereen met een kleurtje. Je hoeft er niet eens iets extra’s voor te doen.

Het is een verdraaiing van de werkelijkheid om te doen alsof de voordelen van mijn achtergrond opwegen tegen de nadelen. Dit jaar nog constateerde de SER dat discriminatie op de werkvloer de voornaamste reden is voor de torenhoge werkloosheid onder ‘allochtonen’. Om aan de andere kant van die statistieken uit te komen moet je verdomd hard werken. Schermen met de term ‘positieve discriminatie’ is dan ook een gruwelijke miskenning van de bekwaamheid van alle Zihni Özdils, Abdelkader Benali’s, Nadia Ezzeroili’s, Hassan Bahara’s, Saïd el Haji’s en Hassnae Bouazza’s van Nederland. Kennelijk gelooft Annelies liever dat talent en kennis alleen iets voor autochtonen is. Een allochtoon die iets bereikt, die moet daarbij een handje geholpen zijn.

Foto: Zahra Reijs

Dit artikel verscheen 15 augustus in dagblad Trouw.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *