4130162012_71f019c1e7_m

Broodje smeren

trouwDe situatie in Gaza wordt met de dag schrijnender. ‘Alles wordt schaars in Gaza’, kopte deze krant donderdag. De oorlog duurt er inmiddels langer dan ooit, meldt NOS. Terwijl ik op mijn vakantieadres in de Ardennen aan een kopje koffie nip, bekijk ik op mijn laptop beelden van de bombardementen. Ik doe mijn best om foto’s van kinderlijkjes te vermijden, maar mijn Facebook-timeline is één groot bloederig overzicht van – terechte – verontwaardiging; de teller van het aantal doden in Gaza is inmiddels de 1400 gepasseerd.

Het contrast met waar ik zit te genieten van hoe de ochtendzon met haar stralen speelt had niet groter kunnen zijn. Op de achtergrond fluiten vogeltjes, een nieuwsgierig paard steekt zijn snoet over het hekje in de tuin, de haan kraait twee keer, de kerkklok luidt. Vanuit de keuken klinkt het harde gelach van mijn lieve vriendinnen, die zich een weg proberen te banen door de tassen met boodschappen, opzoek naar meel om pannenkoeken van te bakken. Misschien zijn we toch iets te enthousiast geweest in de supermarkt. In Gaza is er een tekort aan brood, lees ik. Bij de bakker staat een rij van meer dan 3 uur. Doordat het Israëlische leger een elektriciteitscentrale heeft gebombardeerd, is er geen stroom meer en kan men thuis geen brood bakken.

Bij zulk disproportioneel geweld als in Gaza, klinkt al gauw de roep om ingrijpen. De internationale gemeenschap kan toch niet toekijken terwijl het ene bloedbad na het andere wordt aangericht? Of toch? Duizenden mensen zijn inmiddels uit hun woningen in Gaza verdreven, maar een einde aan al het geweld lijkt verre van dichtbij. De Israëlische premier, Benjamin Netanyahu, zweert niet te zullen rusten voordat alle tunnels naar Gaza zijn verwoest. Daarom wijst hij op voorhand alle voorstellen van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, John Kerry, voor een staakt-het-vuren af. Ook andere verontwaardigde geluiden slaat Netanyahu in de wind. Zolang het slechts bij verontwaardiging blijft, weet ook hij, kan hij gerust zijn gang gaan.

De recente geschiedenis, kijk alleen al naar Syrië, leert ons namelijk dat verontwaardiging niet per se betekent dat ook daadwerkelijk wordt ingegrepen. Assad is vele malen opgeroepen om de wapens neer te leggen, pas toen duidelijk werd dat Syrië gebruik maakte van gifgas, leek een grens overschreden te worden. Assad werd gesommeerd alle chemische wapens te vernietigen, ‘want anders…’, zo dreigde het Westen. Gelukkig volgde de Syrische president de orders op en is ons bespaard gebleven voor welk lafhartig ‘anders’ onze leiders zouden hebben gekozen.

Bovendien: John Kerry, kan nog zo roepen om een staakt-het-vuren, maar zo’n oproep vervaagt natuurlijk meteen wanneer het Israëlische leger de Verenigde Staten om extra munitie vraagt en direct de toegang krijgt tot een lading granaten en mortieren. Het is als tegen een agressieve zakkenroller zeggen dat stelen niet mag en hem daarom maar je volle portemonnee overhandigen. Wie daar de logica van inziet, mag het zeggen.

Foto: Zahra Reijs

Foto voorpagina:  Dale Spencer

Dit artikel verscheen op 1 augustus 2014 in dagblad Trouw

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *