kefta

Huis-tuin en keuken-integratie

Niet alleen de liefde van de man gaat door de maag, iedereen houdt van lekker eten. Daar ben ik van overtuigd. Toen ik nog op de basisschool zat kwamen leraren graag bij ons over de vloer. Als ze dan toch mijn en mijn tweelingbroers voortgang moesten bespreken, dan het liefst al genietend van mijn moeders fantastische kookkunsten. Ook onze verjaardag werd op school graag gevierd. Leerlingen en leraren mochten kiezen tussen een ‘westerse’ lekkernij of mijn moeders honingzoete koekjes. Die laatsten gingen altijd als een trein.

Hoewel we thuis vroeger veel Marokkaanse gerechten aten, is mijn moeder met de jaren steeds meer westers gaan koken. Vooral de Italiaanse en de Spaanse keuken zijn favoriet, de paella’s en spaghetti bologneses zijn niet aan te slepen in huize El Maroudi. Maar ook de typische Hollandse prak – een stukje vlees, aardappels en groente – verscheen vaak op tafel. Kílo’s piepers gingen er iedere week weer doorheen. Zoveel zelfs dat mijn pa er speciaal voor naar de boer in Oud-Beijerland reed. Noem het keuken-integratie.

Als jongste telg in de familie ben ik groot gebracht op een prutje van van alles en nog wat. Van bami uit een pakje tot urenlang gestoofde lamstajine. Hoewel men in Nederland de afgelopen jaren steeds meer is gaan variëren met diverse keukens – de Surinamer, Turk en Chinees zijn niet meer weg te denken uit ons eetpatroon of het straatbeeld – valt op dat de Marokkaanse keuken toch nog wat onbekendheid geniet. Ja, iedereen heeft wel eens een heerlijke couscoussalade gemaakt voor bij de picknick in het park, of een keer iets in een tajine klaargemaakt en daarna triomfantelijk geroepen ‘kijk mij eens Marokkaans koken’, maar het echte werk is toch anders.

Dat échte werk heb ik  helaas nog niet helemaal onder de knie, maar ik ben lerende. De maand april staat voor mij in het teken van de Marokkaanse keuken. Iedere dag dat ik kook (zo’n vijf keer per week, rekening houdend met twee kliekjes dagen) zal ik een Marokkaans gerecht tevoorschijn toveren. De ene keer zal het wat spannender zijn dan de andere keer, en zo zal ook de geslaagdheid vast en zeker variëren. Maar over het algemeen genomen ben ik ervan overtuigd dat een ieder die de recepten volgt aan het eind van elke maaltijd zal roepen ‘meer, meer, meer!’

Gehaktballetjes in tomatensaus (4 personen)

Benodigdheden: kefta
Voor de balletjes:
½ kilo gehakt
1 ui
2 tl paprikapoeder
1 tl komijn
1 tl zout
½ tl kaneel
¼ tl peper
¼ tl chiliflakes
bosje peterselie
bosje koriander
Voor de tomatensaus:
1 kilo tomaten
1 ui
1 ½ tl paprikapoeder
1 ½ tl komijn
2 tl zout
½ tl chiliflakes
½ bosje peterselie
½ bosje koriander
3 teentjes knoflook
olijfolie
Apart houden:
4 eieren
De tomatensaus:
Allereerst maak je de tomatensaus. Je snijdt de ui in kleine stukjes en fruit het in de tajine in een scheutje olijfolie (zorg ervoor dat de hele tajine is ingevet). Ik ben lui en vind het ontvellen van tomaten voor tomatensaus overdreven gedoe, maar idealiter doe je dat wel. Je snijdt de tomaten in kleine stukjes, ontdoet ze van de pitjes. Samen met de gesneden peterselie, koriander, geperste knoflook en alle kruiden, voeg je de tomaten eraan toe en laat het geheel op een zacht pitje koken. Mochten de tomaten niet vol rijp en vochtig zijn, dan doe je er een klein scheutje water bij. Zo’n 20 ml. De saus laat je, met de tajinedeksel erop, zo’n 15 minuten koken voordat je de gehaktballetjes eraan toevoegt.

 

De gehaktballetjes:
Het is zaak dat je de ui in flinterkleine stukjes snijdt. Mocht je dit lastig vinden, gebruik dan een keukenmachine of een staafmixer. Snij ook de peterselie en koriander in fijne stukjes, meng het geheel met de kruiden goed door het gehakt door goed en flink te kneden. Wanneer je denkt dat alles goed vermengt is, maak je kleine balletjes. Diameter maximaal zo’n 3 cm.

Hou je van pittig eten? Dan is dit het moment om de saus te proeven en wat chili eraan toe te voegen.

Voorzichtig verdeel je de gehaktballetjes door de tomatensaus. Ze hoeven niet helemaal ondergedompeld te zijn. Laat het geheel, met de tajinedeksel erop, op een laag vuurtje koken. Zorg ervoor dat de saus wel pruttelt, maar niet hard doorkookt.  Na 15 minuten even roeren en weer 15 minuten op laten staan.

De eieren toevoegen:
Dan komt het prachtige moment waarop je de eieren eraan toe mag voegen. Het is eigenlijk heel simpel: per persoon neem je 1 ei. Je breekt het ei boven de tajine en laat hem er zacht invallen, zodat de dooier heel blijft. Als alle eieren tussen de gehaktballetjes liggen, zet je de deksel er weer op en laat je het geheel nog maximaal 10 minuutjes doorpruttelen totdat het eiwit gestold is, maar het eigeel nog een tikkeltje zacht is. Zo nu en dan even controleren is handig.

Eten doe je met je handen, met z’n allen uit één tajine. Iedereen moet dus even zijn handen wassen, voordat het heerlijke eten op tafel verschijnt. Het Marokkaanse (of in mijn geval: Turks) brood dient als ‘schep’.

Bsahha!

Ik zou mijn koriander en peterselie eigenlijk bij de slager of op de markt moeten halen, maar gemak dient de mens. Wanneer ik éen half pakje’ schrijf, bedoel ik de Albert Heijn pakjes.

cc-foto

One comment

  1. hey Hasna, ik ga het vanavond maken voor m’n man en ikke / DANK!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *