thunder

De aardige racist

thunder“Maar ik bedoel jou niet hoor.” Op twintig handen is niet te tellen hoe vaak ik die zin gehoord heb. Het is een merkwaardig soort nuancering om racistische beledigingen acceptabel te maken. Zolang ze die ene Marokkaan die ze kennen opwerpen als getuige, is er natuurlijk geen sprake van het wegzetten van complete bevolkingsgroepen. Met mij als excuustruus hebben talloze oud-collega’s en vrienden naar hartenlust hun ongenoegen kunnen uiten over buitenlanders – Turken en Marokkanen in het bijzonder, als ware het één volk.

Zo werd bij de komst van een groep Oost-Europeanen in de wijk luidkeels gedemonstreerd. “We motten dat volk hier niet in de wijk, ze zijn allemaal asociaal”, klonk het in de buurtkroeg. Bij de bouw van de moskee op Rotterdam Zuid kreeg ik, terwijl ik biertjes tapte, de ene na de andere vraag op me afgevuurd. “Snap jij dat nou, Hasna? Jij bent toch ook moslim? Ze moeten zich gewoon aanpassen. Dat doen wij toch ook als wij naar Turkije gaan”, klonk het gefrustreerd. “En anders rotten ze maar gewoon op naar hun eigen land. Dat vind jij toch ook?” Ik knikte meewarig en humde iets dat voor een ‘tuurlijk’ moest doorgaan.

Ik ging er niet tegenin omdat het allemaal lang niet zo vreselijk bedoeld was. ‘Onbekend maakt onbemind’ had er als tegeltje aan de muur niet misstaan. Mijn aanstelling als barjuf is daar bij uitstek het bewijs van. Omdat ik van Marokkaanse afkomst ben, was ik bijna niet aangenomen. Jaren later is me verteld dat ze mijn soort eigenlijk niet lustten. Bij gebrek aan andere gegadigden werd uiteindelijk besloten dat ik een maand de tijd kreeg om me te bewijzen. Al na de eerste week werd duidelijk dat ik ‘niet zomaar’ een Marokkaanse ben en al snel werd ik hún Marokkaan. En zij míjn aardige racisten.

Uiteindelijk ben ik steeds vaker het woord ‘racisme’ of ‘racist’ gaan schuwen. Omdat ik mijn aardige racisten, met wie ik een nauwe vriendschap ontwikkelde, niet voor het hoofd wilde stoten.  Discussies kon ik sowieso niet winnen: de aardige racist is namelijk zo inconsequent als maar kan. De Poolse buurman werd een goede vriend, ergo Polen zijn minder asociaal als gedacht. Maar het blijft vreemd volk. De zeldzame keren dat ik het woord ‘racistisch’ toch liet vallen, werd geschokt gereageerd. Zij kúnnen geen racist zijn, want wij zijn immers vrienden! En ik ben een Marokkaan!

Tegen het einde van mijn carrière als barjuf was ik zo murw geslagen dat ik tegen mijn tweelingbroer opperde dat, als hij een club in wilde komen hij zijn Marokkaanse vrienden misschien thuis moest laten. Het is een beetje als tegen een vrouw zeggen dat ze geen jurkje aan mag omdat ze anders misschien verkracht wordt. Mijn broer zette me gelukkig snel op mijn plek.

Het beeld dat kleeft aan racisme en racisten is hopeloos ouderwets. Om racistisch te zijn hoef je niet tegen álle buitenlanders te zijn. Je vriendengroep kan opgemaakt zijn uit een palet van afkomsten. Je hoeft geen hoofddoekplukkende neo-nazi te zijn, of een Klu Klux Klan-gewaad te dragen. Niet alle PVV-stemmers zijn racisten, noch zijn alle niet-PVV-stemmers geen racisten. En dat is nu juist het enge. Dat er sluimerend racisme is. Dat er ook aardige racisten zijn.

One comment

  1. Briljante observatie en het pijnlijke onderhuidse conflict dat onvrij en onoprecht kan maken… De overwinning is als je boven het discriminerende gedrag uit kan stijgen. Je focus op iets anders kan richten en leven zonder die sluipende verrote discriminatie – een andere omgeving, dus andere vrienden kiezen. Als persoon hebben we om vrijheid, de keuze mogelijkheid om een belemmerende soms zelfs impliciet vijandige omgeving te ontkomen en in te ruilen voor nieuwe vrienden, een nieuwe wereld…

    het vereist moed, maar het kan… ik herinner me je ervaring van ‘ik kan het’ met hardlopen, zoiets bedoel ik. Live it up – sterkte.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *