foto

Mijn eerste hardloopschoenen

fotoMijn eerste paar hardloopschoenen kocht ik toen ik erachter kwam dat mijn gewicht de 80 kilo was gepasseerd. Ik was 24 jaar, 1 meter 73 en had officieel een overgewicht. Wanneer ik mijn vriendinnen vroeg of ze me te dik vonden, riepen ze braaf in koor: ‘Nee hoor, je bent super mooi’ en: ‘Jij? Een overgewicht? Doe niet zo gek!’ Maar de weegschaal was het niet met hen eens. Ik was een dikkerdje.

Tijdens mijn middelbare school had ik al eens een sportschool abonnement afgesloten. Destijds noemde ik het de grootste fout van mijn leven. Het kostte me een rib uit mijn lijf, maar dat betekende niet dat ik ook daadwerkelijk naar de sportschool gíng. Nu ja, zo nu en dan trok ik baantjes in het zwembad, maar al gauw gaf ik ook dat op. De borstcrawl heb ik nooit geleerd en met een beetje schoolslag heen en weer spatteren is na verloop van tijd niet spannend meer.

Online zocht ik naar tips hoe ik zo snel mogelijk, zo veel mogelijk calorieën kon verbranden. En hoeveel calorieën gelijk staan aan 1  kilo (antwoord: circa 7000). Ik besloot dat ik zou gaan hardlopen. Iemand van mijn postuur, leeftijd en geslacht zou met 1 uur hardlopen zo’n 670 calorieën verbranden. Dat is best veel, toch? Ik pakte mijn rekenmachine erbij en ging aan de slag:
“Als ik 1 kilo wil afvallen, moet ik 10,5 keer 1 uur hardlopen. Als ik dan om de dag hardloop dan ben ik over 22 dagen een kilo lichter. Maar als ik dan per dag ook nog eens 500 calorieën minder eet, dan ben ik over 22 dagen in totaal 2,5 kilo lichter.”
Ik noteerde de cijfers netjes in een tabel, maakte een weekoverzicht, inclusief een voedingsoverzicht en besloot de daaropvolgende dag naar de sportwinkel te gaan voor een paar hardloopschoenen. Zo gezegd, zo gedaan.

In plaats van de tram pakte ik de fiets naar de sportwinkel. Bezweet kwam ik aan. Ik deed nooit aan bewegen, tenzij je de handbewegingen die je maakt bij het eten van chips meetelt. Een kwartier fietsen was dan ook heel wat. Ongemakkelijk stapte ik de sportwinkel binnen, terwijl ik mijn bezweette voorhoofd wat probeerde te drogen met de achterkant van mijn hand en mijn mouw.
In de winkel staarde ik naar een muur vol hardloopschoenen en toen sloeg de paniek toe. Wat deed ik mezelf aan?! Waar zou ik in vredesnaam moeten beginnen? Alle schoenen waren lelijk én duur, niet bepaald een motivatie om ze aan te schaffen. Bovendien voelde ik me misplaatst. Daar stond ik dan met mijn overgewicht in een sportwinkel met om me heen allemaal slanke, sportieve lijven. Mensen die niet alleen van sporten houden, maar er ook alles vanaf weten. Het intimideerde me en ik wilde niet meer hardlopen maar hard de winkel uitlopen. Maar nee, ik had met mezelf afgesproken dat ik dit zou gaan doen, dus ik moest doorzetten. Wat baalde ik ervan dat ik niet gewoon online een paar gympen had besteld!
Ik besloot een paar Nike gympen uit de sale stapel te vissen – ik had geluk, mijn maat zat er nog tussen en ze waren niet heel lelijk. Terwijl ik de linkerschoen paste – mijn linkervoet is bijna een maat groter dan mijn rechter – zag ik uit mijn ooghoeken de verkoper op me aflopen. Fijn, precies waar ik zin in had. Iemand die me even kon uitleggen welke schoenen de beste waren en waar ik op moest letten. ‘En? Hoe zitten ze?’ vroeg de in een trainingspak gehulde jongen. Hij had kort, blond, stekelig haar en was van het type voetballer. Ongetwijfeld volgde hij een of andere sportopleiding en ging hij ‘lekker van zijn hobby zijn werk maken’. Bah.

De schoen zat een beetje krap, ‘maar dat loop ik nog wel uit’, dacht ik. ‘Prima hoor’, riep ik zo nonchalant mogelijk, alsof dit dikkerdje verstand had van waar ze mee bezig was. Met de doos onder mijn arm geklemd sjeeste ik snel naar de kassa, rekende af en weg was ik. Zo. Dat was dat. De schoenen waren binnen, laat het hardlopen maar beginnen.

’s Avonds na het avondeten was het zover. Uit mijn kledingkast haalde ik een oude joggingbroek en een verwassen T-shirt. De veters van mijn nieuwe hardloopschoenen trok ik strak aan. Op mijn iPhone had ik een uur aan hardloopmuziek gedownload, beginnend met een rustig tempo dat zich later opbouwde naar een flinke pas. Ik trok de deur achter me dicht, deed wat rek en strek oefeningen en hobbelde mijn straat uit. Na 50 meter werd mijn ademhaling zwaarder en ging ik langzamer lopen. Na 100 meter voelde ik het zweet van mijn voorhoofd gutsen. Na 150 meter werd mijn hoofd zo rood als een tomaat en na zo’n 250 meter, 246 om exact te zijn, was ik zo compleet uitgeput dat ik geen stap meer kon zetten. Wat ik wel kon: janken. Ik sleepte mezelf terug naar huis. Voor zover een uur hardlopen.
Eenmaal thuis stopte ik de schoenen terug in hun doos en in de kast. Ik voelde me een sukkel, een dikzak en een mislukkeling. Maar overmorgen zou ik het tóch nog een keer proberen. Echt waar. Ik moest doorzetten. Ik mocht niet opgeven. Overmorgen zou ik er weer voor gaan. Misschien was een uur hardlopen teveel gevraagd, maar tien minuten moest ik toch wel redden? Gewoon, een blokje om? Ja. Overmorgen zou ik doorzetten.

De schoenen haalde ik twee jaar later pas weer uit de kast.

Liever lui dan moe
Mijn weegschaal deed ik uiteindelijk de deur uit. Ik werd dood- en doodongeluk van het getal dat iedere ochtend weer opdoemde en me met mijn neus op de feiten drukte. Iedere ochtend weer riep mijn weegschaal: ‘Hé vetzak, je bent te dik.’ Een rottigere start van de dag kun je je niet voorstellen. De weegschaal wegdoen leek een wijs besluit; ik werd er immers toch alleen maar ongelukkiger van, waardoor ik nog meer ging eten en nog meer aankwam. Inmiddels woog ik op goede dagen 84 kilo en op slechte dagen 86 kilo.

De omslag kwam toen ik verhuisde van een appartementje in Rotterdam-West naar een fantastisch appartement in het centrum van Rotterdam, op negen hoog met uitzicht over de stad. Ik waande me een succesvolle journalist, hield van mijn baan en had fantastische vrienden. Ik gaf maandelijks diners en genoot met volle teugen van het leven. Het plaatje van succesvolle yup klopte bijna, alleen mijn uiterlijk werkte niet mee, of belangrijker: mijn gezondheid.

Sinds mijn eerste en tevens mijn laatste hardlooppoging was ik erin gaan geloven dat dit lichaam en dit leven bij mij hoorde. Je hebt nu eenmaal slanke mensen en dikke mensen op de wereld. En zo heb je nu eenmaal mensen met een goede conditie en mensen met een slechte conditie. Je hoort bij één van de twee groepen en daarmee is alles gezegd. Ik besloot expert te worden in dik en lui zijn en verkondigde aan iedereen die het wilde horen dat ik sporten vies vond. En stom. Zo lang ik maar hard genoeg tegen iedereen riep dat ik liever lui dan moe was, kon ik het idee van ongezond leven aan mezelf verkopen.  Ik maakte er gewoon één grote grap van. Haha! Die gekke Hasna toch.
In de tussentijd was iedere maandag pizzadag met de vriendinnetjes, iedere vrijdag at ik na het werk een patatje speciaal, vaak als tussendoortje omdat ik daarna nog uit eten ging om de week af te sluiten. De rest van de dagen van de week hield ik een streng regime van pasta, pasta en pasta. Wel zo makkelijk en overzichtelijk.

De mensen uit het appartementencomplex waarin ik kwam te wonen gaven uiteindelijk de doorslag. Bijna iedere dag kwam ik wel iemand tegen in de lift die zijn of haar hardloopschoenen aan had en een rondje ging rennen. Afgunstig knoopte ik dan een praatje aan in de trant van ‘knap hoor, zou ik ook weer eens moeten doen’, terwijl ik mezelf in mijn achterhoofd toesprak: ‘Dat heb je geprobeerd en het is je niet gelukt’. Ik vond echt dat ik het had geprobeerd. Ik had immers hardloopschoenen gekocht en ik was één keer de straat uit gejogd!

Iedere keer wanneer ik hardlopers langs de Maas over de Boompjes zag trekken stelde ik me voor hoe fijn het zou zijn als ik dat ook zou kunnen. De hardloopschoenen waren netjes meeverhuisd, in theorie zou ik ze wel weer in gebruik kunnen nemen. De onzekerheid had helaas de overhand. Ik durfde het niet nog een keer te proberen. Bovendien was ik nu nog zwaarder dan eerst én ik werd nu omgeven door mensen die iedere dag leken te hardlopen. Ik hoorde ze al denken: ‘Ach, moet je dat dikkerdje zien gaan!’ Nee, het was echt beter voor iedereen als ik de schoenen in de kast zou laten. ‘Hardlopers zijn doodlopers’, sprak ik mezelf toe.

En toen kwam het moment dat mijn leven voorgoed veranderde. In aanloop naar een vakantie wilde ik een nieuwe broek hebben. In mijn kledingkast waren de broeken op steeds hogere planken terecht gekomen, omdat ik er niet meer inpaste, en uiteindelijk in de kledingbak terecht gekomen. Ik grinnikte nog toen ik de broeken in de groene bak gooide; Zijn er wel vrouwen in Afrika die naast super arm ook zo dik als ik zijn? Ach, een grote broek is beter dan geen broek.
In de H&M slingerde ik een aantal broeken over mijn arm. Ik wilde heel graag een super skinny jeans, maar na er een gepast te hebben kon ik concluderen dat ‘super skinny’ niet alleen op het broekmodel slaat, maar ook op de persoon die het moet dragen. Prima, dan een broek met een hoge taille? Ik kreeg maat 44 wel dicht, maar door mijn brede heupen stond de gulpoverslag open en dat was lelijk. En geen haar op mijn hoofd die er aan dacht om een grotere maat te passen. Als de broek überhaupt in maat 46 gemaakt zou worden. Ik besloot simpele pantalons te proberen. Dan zou ik vast wel in maat 42 passen. Die andere broeken hadden natuurlijk aparte modellen, waardoor de matentabel wat afwijkt. Toch? Ahum, nee.

In totaal paste ik zeven broeken. Rood en zwetend kwam ik uit het pashokje, blij dat het te druk was voor de paskamerdame om aan me te vragen of het gelukt was. Als ze dat had gedaan was ik en plein public in huilen uitgebarsten.
Ik dumpte de broeken op het hoopje kleding en maakte dat ik wegkwam
Buiten miezerde het, wat mijn gemoedstoestand extra karakter gaf. Ik zag mezelf in de weerspiegeling van een ruit en besloot naar huis te gaan. Maar eerst nog een loempia. Stomme rot broeken.

Op de bank huilde ik zoals ik niet eerder om mijn gewicht had gehuild. Dikke klodders mascara liepen over mijn gezicht. Heerlijk dramatisch veegde ik het snot onder mijn neus vandaan – oké, ik zal het toegeven, ik moest ook ongesteld worden. Ik twijfelde of ik een pizza moest bestellen, dan zou ik me vast beter voelen. Of een vette burrito bij Taco Mundo. Bijna synchroon vervloekte ik alle slanke vrouwen in de wereld en het slankheidsideaal. ‘Ik doe nog zo mijn bèhèst’, jankte ik. In een keukenkastje lag nog een halve zak chips. Ik haalde het tevoorschijn en al huilend propte ik mijn mond vol. Ik kauwde hard en snel maar kon de drang om het naar binnen te werken nauwelijks bijhouden. Ik slikte de scherpe chipsdelen door en spoelde ze weg met wat water. Binnen twee minuten was de zak leeg. Ik had gehoopt me voldaan te voelen, maar ik voelde me net zo leeg als de chipszak. En het erge is: ik wilde meer.
Dat was mijn dieptepunt.
Ik liet mijn bad vollopen en ging met een notitieblokje in het schuim zitten. Op het blokje schreef ik een aantal doelen die ik voor mijn dertigste behaald wilde hebben. Op nummer één stond: 75 kilo wegen.
Gevoelloos van het huilen en met het gevoel wolken in mijn hoofd te hebben trok ik na mijn bad mijn hardloopschoenen weer aan en besloot: ik ga het gewoon weer proberen. Het lukte me om in één keer een halve kilometer te lopen. Na weer op adem te zijn gekomen, plakte ik daar nog een halve kilometer aan vast. Het was meer dan me een aantal jaar daarvoor was gelukt. Als een trots kippetje besloot ik dit vaker te doen, tot ik vijf kilometer zou kunnen lopen.
De daarop volgende dag paste ik mijn wens wat aan; de spierpijn was zo intens dat ik mijn bed nauwelijks uit kon komen. Bij iedere stap die ik zette, deden mijn voeten pijn, alsof ze tegen me zeiden: ‘je bent te zwaar om te dragen’. Mijn beenspieren voelden zo strak aan dat ik bang was om een stap te zetten. Het voelde bijna aan alsof ze dan zouden scheuren. In bed deed ik wat rek en strek oefeningen om de boel wat los te krijgen. Dat hardlopen en afvallen zou ik toch wat serieuzer aan moeten pakken. Ik haalde mijn laptop onder mijn bed vandaan – daar bewaar ik ‘m als ik ’s avonds nog even een filmpje in bed kijk, bang dat ik ’s nachts uit bed stap en een déja-vu beleef door er bovenop te gaan staan – googlede het een en ander en begon met het verzamelen van informatie. Over bewegen, voeding en hardlopen in het bijzonder. Er ging een compleet nieuwe wereld voor me open. Hardlopen is niet moeilijk, maar je gezonde verstand erbij gebruiken is wel verdomde handig, wil je je lichaam niet kapot lopen en wil je voorkomen uiteindelijk echt een doodloper te worden.

5 comments

  1. Ben n.a.v ‘Hardlopen is meer dan rennen’ al je blogs gaan lezen. En helemaal geïnspireerd geraakt! Vooral door dit verhaal over je eerste hardloopschoenen, hoe herkenbaar! Zelf begin september begonnen met start to run en vorige week mijn eerste 2,5 km gelopen. Wat een overwinning op mezelf! En nu door voor de 5 km, jouw blogs geven me nieuwe moed. Bedankt en gefeliciteerd met het lopen van de halve marathon, bewonderenswaardig. Het kan dus als je maar wilt. Grenzen zijn er om verlegd te worden!

  2. Hoi Denise, dank voor je berichtje! Het is echt super leuk om te horen dat het je inspireerde! De eerste vijf kilometer vond ik het zwaarst, daarna kreeg ik het idee dat ik wist wat ik deed. Gewoon doorzetten dus, en stap voor stap op je eigen tempo, je door niemand gek laten maken. Succes! En laat je het even weten wanneer je de 5K aantikt? Denk dat het ook voor anderen zeer inspirerend kan zijn!

    Groetjes,

    Hasna

  3. Hallo Hasna, Het traject van 2.5 naar 5 km vond ik zwaarder dan van 0 naar 2,5 maar het is me wel gelukt: vandaag in officiële loop (http://www.warandeloop.nl/nl/home) 5 km gelopen! Een nieuwe mijlpaal. En hoewel de tijd nog niet geweldig is en het me daar ook niet om ging, vond ik het toch leuk om te zien dat er drie minuten van mijn beste trainingstijd afgingen! Aan zoiets meedoen, geeft een extra stimulans. Hoefde eerst niet zo voor mij maar het geeft je een doel en je haalt dan toch het beste uit jezelf. En ik vind de sfeer bij zo’n evenement ook erg gezellig. Leuke mensen, hardlopers! Dus ik ga ook zeker door. Of dat voor de 10 km is of voor verbetering van de tijd, dat zie ik nog wel. Maar het virus heeft me tot mijn stomme verbazing toch echt gegrepen! Grtjs Denise

  4. Hey Denise, een beetje een late reactie van mij, want druk, maar wat goed! Gefeliciteerd zeg, het is echt een fijne mijlpaal waarna je alleen maar door wil!

    Ik had het hardlopen na de halve marathon weer even gelaten voor was het is, maar ben sinds deze week toch maar weer van start. Het inkomen duurt eventjes, maar als ik eenmaal loop, vind ik het ‘t allerfijnste. Tijdens zo’n ‘race’ loop je trouwens door alle enthousiasme sneller dan gewoonlijk, dat is ook zo’n boost om daarna weer door te gaan.

    Eigenlijk twijfelde ik over of ik met de hele marathon mee moet doen, maar ik ga me toch maar inschrijven. Het helpt om door te zetten en te blijven lopen! Succes met je volgende loop! Groetjes, Hasna

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *